Ergens 2009, misschien al wel langer geleden. Een collega communicatie-adviseur geeft een workshop aan mijn team over social media. Hij vertelt dolenthousiast over zijn bevindingen op Twitter en – met name – Facebook. Uiteraard laat hij ons ook op de beamer zien hoe dat er allemaal uitziet. Ik ben in complete verwarring: Wat is dat Facebook? Wat moet ik daarmee? En waarom zou ik in godsnaam daar de hele dag laten zien waar ik mee bezig ben, daar zit toch niemand op te wachten? Onder tafel kruis ik mijn vingers: laat het hoofd van de afdeling niet de geest krijgen en ons hele team verplichten ook te gaan Facebooken. Dat lijkt mij de hel.

 

2012, ik ben net lid van Facebook. Ik heb mij namelijk laten vertellen dat ik niet anders kan als ik succesvol wil worden met mijn praktijk. Schoorvoetend zet ik er mijn eerste stappen. Ik doe blijkbaar iets geks, en krijg lollige reacties van die 2 vrienden die ik op dat moment net heb. “Ze komt nog maar net kijken”, van die strekking. Ik besluit weer: die social media, moet dat echt?

 

Ik ga los!

2019, ik krijg vaak, heel vaak, reacties van mensen over mijn aanwezigheid op Facebook. Hilarische reacties op mijn bij-mij-gaat-er-ook-weleens-iets-mis-posts, meelevende reacties op lief-en-leed-posts, maar vooral veel e-mails met vragen over mijn visie, mijn aanbod en verzoeken om even te sparren als reactie op mijn blogs en mijn tips-en-adviezen-posts. Of het nou op Facebook, Insta of Linked-In is. Ik geniet ervan. Ik zit nooit om inspiratie verlegen. Struikel in het dagelijks leven non-stop over onderwerpen waarmee ik mijn volgers kan inspireren, een hart onder de riem kan steken, van tips en adviezen kan voorzien. Ik geniet ervan. Zei ik al dat ik er enorm van geniet?!?

 

Feest van herkenning

Mijn hart maakte een huppeltje als een volger laat weten: “Jij weet echt te motiveren”, en: “Door jouw posts houd ik de moed erin”, of: “Het is elke keer weer een feest van herkenning, dan voel ik mij niet zo alleen staan.”

 

Niet altijd positief

Helaas, tref ik ook (ver)oordelende reacties. “Jeetje, jij bent wel heel zichtbaar. Jij gooit schaamteloos je hele leven online. Vind je dat nou nodig?”, dat hoor ik veel. “Jij timmert wel aan de weg, zeg. Alles voor de zaak zeker”, ook dat hoor ik veel. En allerlei varianten hierop.

 

Ik ben de eerste om toe te geven dat het soms echt niet leuk is om te horen en te voelen dat je soms te veel bent. Te aanwezig. Te enthousiast. Te uitgesproken. “Ff beetje dimmen, Marlies”, zeg ik dan tegen mijzelf. En dan vraag ik mij af of ik het anders zou kunnen of willen doen. En steevast is daarop mijn antwoord: Nee!

 

Ik hoor geen enthousiasme

Het grappige is dat ik het toch regelmatig doe. Mezelf inhouden. Want ja, anders kom ik daar weer aangedenderd met mijn overenthousiast gebabbel en ge-tof en ge-cool en ge-yiehaa. Zit echt niet iedereen op te wachten. En weet je wat er laatst gebeurde? Ik sprak een ontzettend toffe onderneemster. Ik hield mij in. Vertelde vrij feitelijk wat ik doe. En weet je wat ik terugkreeg? “Ik zou niet met je gaan werken. Je hebt een leuk verhaal. En het klopt vast helemaal. Maar ik hoor geen enthousiasme.”

 

Bam, die kwam binnen! Dat deed echt even au. Heel erg au. Ik dacht er even een paar minuten over na en sprak haar daarna opnieuw aan. En heb haar bedankt, vanuit de grond van mijn hart. Zij liet mij zien wat er gebeurt als ik mijzelf inhoud, dan ben ik niet meer mijzelf. En als ik mijzelf niet ben, dan blijft er weinig over.

 

Je doet het NOOIT voor iedereen goed!

Ik realiseerde mij voor de zoveelste keer: wat je ook doet, je doet het nooit voor iedereen goed.

 

Doe wat goed voelt voor jou en geniet

Doe dus wat goed voelt voor jou! Wat bij jou past. En doe dat waarvan je weet dat jouw ideale klant, je weet wel die klant waar jij het aller, aller, allerliefst mee werkt, er mee geholpen is. Dat is het enige dat telt.

 

Heb plezier in wat je doet. Geniet van elke stap die je zet.

 

Dat is waar jouw klant op zit te wachten: op jou! Dat je jezelf helemaal geeft. Met alles dat er is. Hoe cool is dat? En tof ook, ja. En ach, ik gooi hem er toch nog even in: Yiehaa!