Ik zal het nooit vergeten. Een moeder bij mij in de praktijk, kennismakingsgesprek. Ze zat er doorheen. Dat was meer dan duidelijk. Er moest iets gebeuren. En ze vertelde dat het niet werkte. Dat ze zo moe was. Dat ze het zat was. Dat ze zo op de toppen van haar kunnen zat, dat haar boog zo gespannen stond dat ze non-stop op knappen stond. Dat er niet meer sprake was van een kort lontje, maar dat ze echt goed fel kon uitvallen tegen haar kinderen. Niet alleen binnen de muren van haar huis, maar ook op straat. Ze schaamde zich diep, het moest anders.

 

En in mij gebeurde er van alles. Want ze zei het niet, maar tussen de regels door hoorde ik her en der een klap vallen. Ik hoorde haar fel en gefrustreerd spreken over de kinderen. Ik hoorde ook haar verdriet en haar machteloosheid.

 

Wat moest ik doen?

Wat moest ik doen? Durfde ik met dit gezin te gaan werken? Ik was toch ‘maar’ kindercoach? Hier moet fikse zorg op, schreeuwde alles in mij. Aan de andere kant, zij kwam naar mij en was niet naar de huisarts gegaan omdat zij zich zo schaamde. Wilde voorkomen dat zij in een traject kwam waar zij veroordeeld zou worden om haar gedrag. Ze was ZO bang als slechte moeder neergezet te worden en haar kinderen kwijt te raken. En dat ze een slechte moeder was had ze zelf al geoordeeld, dat hoefde ze van een ander niet te horen.

 

We gingen uit elkaar, en ik beloofde de dag daarna bij haar terug te komen met een voorstel.

 

Ik lag er wakker van

Ik kan je vertellen, ik lag er wakker van. Waar doe ik goed aan? Dat ik niet met dit gezin moest gaan werken was voor mij helder. Way buiten mijn expertise. Maar, hoe zorg ik ervoor dat deze vrouw de hulp krijgt die ze nodig heeft? En, van alles dat ik heb gehoord… valt dit onder het kopje mishandeling? Moet ik dan melding doen? Maar, als ik melding doe en het is volledig onterecht. Dan breng ik schade aan, heel veel schade. En als ik het niet doe en het loopt daar ooit gierend uit de klauwen, kan ik mijzelf dan vergeven dat ik niets heb gedaan?

 

Ik lag dus wakker. En ik zal je zeggen, dat gebeurde niet vaak in mijn dagen als kindercoach. Die zeldzame keer dat ik in mijn bed lag te draaien met het verhaal van mijn klant in mijn hoofd, wist ik dat ik moest doorverwijzen. Dus een dag later belde ik eerst een bevriend psychiater om te overleggen. En later moeder om haar te vertellen dat ik goed over de juiste vervolgstap had nagedacht. Ik prees haar dat ze zo openhartig was geweest maar vertelde haar ook dat ik niet met haar kon samenwerken. Dat haar vraag echt mijn expertise ontsteeg. Ik verwees haar naar haar huisarts en stelde haar gerust dat er echt niet zomaar ineens iemand op de stoep zou staan om haar kinderen bij haar weg te halen. Dat haar huisarts samen met haar zou kijken wat er nodig was.

 

Hoewel ik wist dat ik een goede oplossing had gevonden is deze moeder nog heel vaak door mijn gedachten geschoten. Want door haar naar de huisarts te sturen was het uit mijn handen. Had ik er geen invloed meer op. Wat als er nou toch…

 

We maken het allemaal mee

En ik weet dat we allemaal dit soort situaties ooit meemaken in de praktijk. Dat er op een dag een kind binnenkomt met een verhaal dat je even doet fronsen. Of je spreekt een ouder die overduidelijk over zijn/haar theewater is en je onderbuik vertelt dat er iets misschien niet klopt. We maken het allemaal mee. We werken immers met mensen.

 

Ik weet ook dat we met liefde heel ver weg blijven van dit soort spannende onderwerpen. Liefst sluiten we onze ogen ervoor. Toch? We sussen onszelf met de gedachte dat ouders die hun kind mishandelen nooit een kindercoach zouden bezoeken. Ik heb dat in ieder geval in bovenstaande situatie geprobeerd… Ik geef het gelijk toe.

En voordat ik dit stuk schreef checkte ik op social media met een poll hoeveel van mijn volgers zich al over de code had gebogen en ermee werkt: 75%. Een mooi getal, dat voorop. Maar nog 25% die aangaf er nog mee aan de slag te moeten. En dat getal moet omlaag. Ik hoop met dit stuk daaraan bij te dragen.

 

Joke Achterkamp aan het woord

Want, de realiteit is dat kindermishandeling – helaas – veel voorkomt. “Gelukkig zullen we dat als kindercoach inderdaad niet vaak tegenkomen”, weet Joke Achterkamp, mamacoach in praktijk Kinderschatten en jarenlang werkzaam geweest bij het Advies en Meldpunt Kindermishandeling (nu Veilig Thuis), mij te vertellen, “maar we kunnen onze ogen er ook als kindercoach niet voor sluiten.”

 

Supertof dat ik Joke mag bevragen over de Meldcode Kindermishandeling. Een onderwerp waar we allemaal van moeten weten, en dat – weet ik – voor veel kindercoaches best een ingewikkeld dingetje is. Tijd om het open te breken!

 

Wat verstaan we eigenlijk onder kindermishandeling?

“Er zijn verschillende vormen kindermishandeling. De meest bekende vorm is fysieke mishandeling. Dan wordt er dus lichamelijk letsel toegebracht. Denk aan slaan, schoppen, bijten, knijpen. Maar er kan ook sprake zijn van fysieke verwaarlozing. Dan moet je denken aan slechte of te weinig voeding, te kleine of kapotte kleding of kleding die niet past bij het seizoen. Dit zijn vormen van kindermishandeling die relatief makkelijk vast te stellen zijn omdat je het letterlijk kunt zien.”

 

Direct flitst een kind door mijn gedachten dat ik in de praktijk had en er altijd zo smoezelig uitzag en waarvan ik ooit de blote voeten zag. Ik heb nog scherp in mijn herinnering dat ik het niet kon plaatsen. Mijn kinderen spelen ook op blote voeten, maar zo vies en onfris ruikend… Ik schrik er even van, heb ik hier verwaarlozing over het hoofd gezien?

 

“Dan hebben we emotionele mishandeling. Denk aan kleineren, uitschelden, bang maken van je kind. En dan de emotionele verwaarlozing. Dit is de meest voorkomende vorm van kindermishandeling. Dan is er weinig steun, warmte en liefde voor het kind.”

 

Dat is al een stuk ingewikkelder, moeilijker meetbaar lijkt mij. Joke legt uit dat het niet gaat over dingen langs de lat leggen: is het kindermishandeling of niet. Het gaat erom dat als jij je als coach zorgen maakt over de ontwikkeling van het kind of over de ouder, dan is dat een signaal dat er hulp nodig is. Van jou of van een andere professional. Dat is waar het wat haar betreft om gaat, niet of er een stempeltje mishandeling op moet of niet.

 

“En dan heb je seksuele mishandeling. Dat vergeten we makkelijk. Zit niet in ons systeem. Gelukkig is het ook een van de minst voorkomende vormen van mishandeling. Maar ook hiervoor geldt: het komt wel voor dus wel iets om alert op te zijn!”

 

“Als laatste heb je nog getuige zijn van huiselijk geweld. Hier vallen ook de vechtscheidingen onder. Dit is zeker iets waar we als kindercoach mee te maken kunnen krijgen.”

 

Ik ben nog nooit een ouder tegengekomen die zijn kind mishandelde voor de lol

Joke werkte jarenlang voor het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (zoals gezegd, nu Veilig Thuis): “Er zit zo’n lading op kindermishandeling. Zo’n oordeel. Jij bent fout, jij doet het niet goed. Maar weet je, ik ben nog nooit een ouder tegengekomen die zijn kind mishandelde voor de lol. 9 van de 10 keer wil deze ouder ook alleen maar het beste voor zijn kind. Er zit niet ineens een monster tegenover je maar een ouder die niet weet hoe hij het anders moet doen. We kunnen kindermishandeling niet goedpraten maar vergis je niet wat er in gezinnen kan spelen: psychische problemen, stress, financiële problemen. Soms is een ouder zelf mishandeld en weet hij of zij niet hoe het anders moet. En soms denkt een ouder echt dat het beter is om stevig op te treden. Dat een kind harder moet worden en voorbereid worden op het klappen van de zweep van het leven. Ouders zijn zich dan gewoonweg niet bewust van de schadelijke gevolgen op lange termijn.”

 

OK, maar hoe ga je daar als professional dan mee om? Hoe bepaal je of wat er speelt gemeld moet worden?

“Geloof me, bijna elke ouder heeft wel eens tegen zijn kind staan schreeuwen of een keer een klap uitgedeeld en gedacht ‘god, wat heb ik gedaan’. Maar op het moment dat dit regelmatiger voorkomt, dan moeten we er iets mee. Om daar achter te komen moeten we het gesprek aangaan.”

 

En vervolgens legt Joke heel eenvoudig de stappen van de Meldcode Kindermishandeling uit.  En hoe we met zijn allen onbewust de code al grotendeels toepassen:

 

stap 1

“De eerste stap is signaleren, dat doe je de hele dag. Ook als je niet bewust met de meldcode werkt. Je ziet hoe een kind bij je de praktijk binnenkomt.”

 

stap 2

“Stap 2 is bespreken. Bespreken wat je signaleert. Ook dat doe je constant. Als een kind bij je binnenkomt met een blauw oog vraag je toch ‘joh, wat is er met jou gebeurd?’ en hetzelfde doe je bij de ouder. Je hoeft geen ingewikkelde en zware gesprekken te voeren. Je geeft gewoon aan wat je ziet en wat je merkt aan vragen en twijfels bij jezelf en dan kom je vanzelf in gesprek. En als dat niet komt, is dat ook een signaal. Wil niet zeggen dat er sprake is van mishandeling, maar in ieder geval dat het een lastig onderwerp is.”

 

Zo klinkt de meldcode al een stuk minder zwaar. Want dit doen we ‘vanzelf’, toch?

 

stap 3

“Stap 3 is eveneens bespreken maar dan met een collega, collegiale consultatie noemen we dat. Dat is niet om je vermoeden bevestigd te krijgen. Dat is puur om te kijken of een ander op dezelfde manier naar de situatie kijkt en of die ander zich ook zorgen maakt. Want het kan evengoed zijn dat jouw interpretatie door eigen ervaringen of overtuigingen vertroebeld is. Dat is niet erg, daarvoor hebben we deze ruggenspraak. Om de relatie met ouders open en integer te houden is het wel belangrijk dat je altijd aan de ouder laat weten dat je met een collega gaat overleggen. Als je overigens niet bij een collega terechtkunt, dan kun je in deze fase altijd Veilig Thuis consulteren om te overleggen. Ben je lid van een beroepsvereniging dan heeft die vast een aandachtsfunctionaris waar je je vragen voor kunt leggen.”

 

Oeps, ik heb Veilig Thuis weleens geconsulteerd maar dat heb ik niet gedaan in overleg met de ouder. Dat was wel zo netjes geweest, realiseer ik mij nu. Als ik als ouder in zo’n situatie zou zitten, zou ik dat toch ook willen weten?

 

stap 4

“De vierde stap is de weging. Ook dit gebeurt al onbewust. Je luistert naar het verhaal en hebt daar een idee bij. Klinkt dit logisch of niet, maak ik me zorgen? Puur op gevoel. En dan: kan ik hier zelf iets mee doen of juist niet? Heb ik iemand in mijn netwerk waar ik naar kan doorverwijzen, bv de huisarts, psychiatrie of verslavingszorg. Veilig Thuis kan gezien worden als een van de partijen waarnaar je doorverwijst. Niet omdat ouders het fout hebben gedaan en gestraft moeten worden, maar om ervoor te zorgen dat deze ouders en het kind de hulp krijgen die nodig is.”

 

Dat klinkt toch echt allemaal heel logisch, niet eng en vooral heel zorgvuldig en echt vanuit de gedachte dat het een hulpmiddel is voor ons als professional om goed voor onze klanten te kunnen zorgen. Joke weet een – voor mij – in eerste instantie zwaar klinkend iets heel laagdrempelig en behapbaar te maken.

 

De laatste stap

“Dan komt de laatste stap, het besluit wel/niet te melden. In enkele gevallen heb je als professional een ‘meldplicht’. Als het kind in acute of structurele onveiligheid verkeert, als je zelf geen adequate hulp kunt bieden of organiseren, of als ouders niet open staan voor de hulp die nodig is. Als je uiteindelijk besluit een melding te doen bij Veilig Thuis, dan kan dit niet anoniem. Behalve als er een dreiging is naar jou toe als persoon. En de ouders zijn dus op de hoogte van je melding, want jij bent (zoals de eerste stappen omschrijven) constant met hun hierover in gesprek geweest.”

 

Wat gebeurt er na een melding?

“Ook Veilig Thuis maakt eerst een afweging: staan ouders open voor hulp, dan worden zij doorverwezen naar de gemeente voor passende hulp. Staan ouders echter niet open voor hulpverlening, dan komt er een onderzoek. Veilig Thuis treedt dan op als onafhankelijke instantie en benadert huisarts, school en andere mensen in het netwerk van het gezin om zo een zo compleet mogelijk beeld te krijgen van een gezin. En aan de hand daarvan komt er een voorstel. Gaan de ouders dan nog steeds niet akkoord en Veilig Thuis heeft wel zorgen over de ontwikkeling van het kind, dan worden de zorgen aan de Raad voor de Kinderbescherming voorgelegd.”

 

 

Welke tips zou jij kindercoaches willen geven?

  • De kans dat je kindermishandeling in je praktijk tegenkomt is niet heel groot maar zeker aanwezig. Sluit er dus je ogen niet voor.
  • Hoewel je als kindercoach in een ‘grijs gebied’ zit en het de vraag is of de meldcode bij wet voor jou van toepassing is, heb je naar mijn mening wel een morele verplichting. Verdiep je er dus in en leg voor jezelf vast hoe jij omgaat met vermoedens van kindermishandeling middels de meldcode. Neem hierover een paragraaf op in de begeleidingsovereenkomst die ouders bij je tekenen voor de start van een traject.
  • Blijf altijd in gesprek met de ouders over wat je ziet en ervaart en over de stappen die je zet. Als je gaat melden, bespreek dan met ouders niet alleen dat je gaat melden maar ook wat je gaat melden.
  • Onderzoek je eigen overtuigingen? Door welke bril kijk jij? Wat kun jij met die bril doen zodat je niet te snel tot conclusies komt?
  • Signaleer je iets en heb je hierover gesproken met het kind en de ouders, noteer dan je ervaring in je dossier. Geen interpretaties, gewoon feitelijk wat je hebt gesignaleerd en wat er is besproken. Dit kan je helpen bij een eventuele melding.
  • Vergeet niet: je bent coach en geen therapeut. Erken of je voldoende kennis en kunde in huis hebt om over dit soort gevoelige onderwerpen te spreken. Voel je je niet zeker genoeg om over dit onderwerp met ouders te spreken, volg dan een cursus.

 

En tot slot voegt Joke toe: “Voor mij gaat het er niet om of je de stempel ‘kindermishandeling’ ergens op kunt drukken. Stel jezelf puur de vraag: maak ik me zorgen over dit kind en deze ouder en doe daar vervolgens iets mee. En wees heel kritisch op de manier waarop je met ouders in gesprek gaat. Niet beschuldigend, maar ga naast de ouder staan. Het is gewoon een moeder die met de handen in het haar zit. Of een vader die niet beter heeft geleerd. Kun je met empathie en begrip naar de ander kijken, dan wordt het veel makkelijker dit soort lastige dingen te bespreken met ouders.”

 

Meer weten?

Wil je meer weten over de Meldcode Kindermishandeling of een training volgen? Zie dan ook de website van de Rijksoverheid, check je beroepsvereniging of raadpleeg de website van de Augeo Foundation.