Een zucht. Een wanhopige blik. We Skypen even. Want ze ziet het niet meer zitten. Het hele Corona-gebeuren heeft haar lamgelegd: “Maar Marlies, als deze hele situatie straks voorbij is, dan gaat toch geen hond meer geld uitgeven aan een coach? We krijgen een enorme financiële klap. Dan kiezen mensen toch niet voor zo’n luxe-product als coaching? Ik begon net een beetje op gang te komen. Heb mijn baan opgezegd en nu dit!”

 

Ik zal de eerste zijn om toe te geven dat deze situatie allesbehalve fijn is. We zijn onzeker. Vrezen voor onze gezondheid en voor die van de mensen waar we van houden. Wat we het allerliefste doen, met die kids en ouders werken, kan nog wel maar is een ietsiepietsie ingewikkelder geworden. Het vraagt aanpassingen, creatief denken, oplossingen bedenken en – in veel gevallen – mega uit je comfort zone stappen.

 

Wat iedereen over het hoofd ziet

Er is echter 1 ding dat de meesten onder ons over het hoofd zien. Als dan straks, ik hoop sneller dan we durven te hopen, alles weer ‘normaal’ is… weet je wat er dan gebeurt?

 

Dan gaan mensen massaal op zoek naar een coach. Mark my words!

 

Het valt wel mee

Want dat kind dat al een tijdje wat onzeker was, angstig, moeite had zich te concentreren of op welke andere manier ‘niet helemaal lekker in zijn vel zat’, dat kon het nog wel bolwerken zolang alles ‘normaal’ was. De ouders zagen het misschien wel maar maakten zich niet zo’n vreselijke zorgen: ‘Het valt wel mee.’ Of hielden het voorlopig even in de gaten, maar vonden actie nog niet nodig.  We weten allemaal dat er behoorlijk wat tijd kan zitten tussen het moment dat de eerste ‘verschijnselen’ van een issue optreden en dat er daadwerkelijk hulp gezocht wordt.

 

Want, dan lijkt het eigenlijk wel weer even goed te gaan. Na die vakantie bijvoorbeeld. Of, dan maakt een van de ouders zich misschien wel zorgen maar ziet de ander het nog niet zo. Misschien geeft de juf signalen maar zien ouders thuis een heel ander kind. En eerlijk is eerlijk, wat ook kan gebeuren is dat ouders er nog niet klaar voor zijn om onder ogen te zien dat hun kind echt hulp nodig heeft.

 

Om welke reden dan ook, het kan dus soms echt wel even duren voordat ze aankloppen bij jou!

 

En dan zit ineens iedereen op elkaars lip

Dus stel je die ouders en dat kind voor… die zitten nu met zijn allen binnen. Lekker op elkaars lip. Homeschooling, thuiswerken. Ritme ontbreekt, of ritme wordt er geforceerd ingebracht. Kinderen kunnen hun energie niet kwijt, ouders moeten HEEL, heel heel veel ballen in de lucht houden… Tel maar bij elkaar op.

 

Dan wordt zo’n issue dat nog niet zo’n heel groot probleem leek, als je pech hebt ineens veel zichtbaarder. Je zit er immers als ouder de hele dag met je neus bovenop. Het wordt waarschijnlijk ook nog eens versterkt en uitvergroot, want waar buitenspelen, speelafspraakjes en school nog voor de nodige afleiding en energieafvoer zorgden, is er nu… niets.

 

Ze kunnen er niet meer omheen!

Kun je je voorstellen dat deze ouders straks – zodra we met zijn allen de deur weer uit kunnen – heel snel op zoek gaan naar begeleiding? Ze kunnen niet anders meer! En dat dat dan geld kost, dat is hun minste zorg.

 

Dus dan… dan hoop je dat ze naar JOU komen.

 

En daar zit nu de crux.

 

Wat als jij van de radar bent verdwenen?

Want als jij nu in deze periode volledig stilvalt. De boel helemaal de boel laat. Niet meer post op je socials, je blogs achterwege laat, etc. Kortom, als jij nu volledig van de radar verdwijnt.

 

Dan vindt jouw toekomstige klant jou straks niet. Maar wel je collega twee straten verderop die wel zichtbaar is gebleven. Is dat even jammer!

 

En het kan zo eenvoudig zijn

Ja, ik weet dat het super lastig is om juist in deze situatie tijd vrij te maken voor jezelf en je praktijk. Dat merk ik natuurlijk zelf ook. Maar wat als je nu elke dag een kwartier tot een half uur besteedt aan je praktijk. Zodat je in ieder geval je social media bijhoudt. Dat blog schrijft en je nieuwsbrief uitstuurt. Misschien zelfs eens een filmpje aan bestaande of oud klanten met een leuke oefening. Of een kaartje om ze een hart onder de riem te steken.

 

Een kwartiertje tot half uur per dag. Dat moet lukken toch?

 

Kun jij ze straks met open armen ontvangen!

Blijft de boel mooi in beweging. Blijven jij en je praktijk goed zichtbaar. En die ouders die dan naar buiten rennen straks op zoek naar een coach… die ontvang jij met open armen!

 

Mark my words.

 

‘Hoe is het nu, echt?’, vraagt zij me. Ik ben eerlijk: ‘Het wisselt elke 5 minuten, en jij?’ En zij antwoordt: ‘Als we nu onze goede 5 minuten in elkaar schuiven, dan hebben we een non-stop high.’

 

Onrust en vertrouwen wisselen elkaar af

Ik moet er even om gniffelen. Want dit is precies wat het is. Onrust en vertrouwen wisselen elkaar af. Angst en moed volgen elkaar op. ‘Hell yes, ik kom hier zonder kleerscheuren doorheen’ maakt in no-time plaats voor ‘ik kan mijn business wel op mijn buik schrijven’ en terug. En dit is wat het is. Niet meer en niet minder.

 

Mijn stokpaardjes

Degenen die mij een beetje kennen weten dat een van mijn stokpaardjes is dat je vooral in beweging moet blijven. Altijd. Tempo beetje terugschroeven, om welke reden dan ook, helemaal prima. Zolang je maar niet tot stilstand komt. Zolang je maar zichtbaar blijft. Zolang je maar kleine stapjes blijft zetten. Zodat je, zodra het moment daar is, een vliegende doorstart kunt maken.

 

We schrijven geschiedenis

En dan komen we nu ineens in tijden terecht van een heuse bedreiging van een heel naar virus. Eerlijk is eerlijk, dit is iets nieuws. Iets groots. Iets angstaanjagends. Iets levensveranderends. Laten we wel wezen: we krijgen een leven voor en na Corona. Zeker weten. We schrijven geschiedenis, geen twijfel over mogelijk.

 

Angst en gejaagdheid: redden wat er te redden valt

Ik ben dan ook de eerste om toe te geven dat in beweging blijven nu de grootste uitdaging ooit is. Sterker nog, bij het in beweging blijven zit ook een groot gevaar. Ik zie namelijk heel veel coaches nu uit angst een soort gejaagdheid inschieten. Dit is het moment. Dit is je kans. Je moet NU acteren. Online, aanpassen en doorpakken. Redden wat er te redden valt. Kansen pakken. De boot vooral niet missen. Go, go, go.

 

Eerlijk? Daar heb ik in de afgelopen weken ook al gezeten…

 

Stilvallen in een kramp van angst

Ik zie ook de andere kant: volledig stilvallen in een kramp van angst. Niet voorbij de dag van vandaag kunnen en willen denken. Volledig stilvallen, terwijl angst de boventoon voert. Geen mogelijkheden meer zien, volledige focus op gevaar en onmogelijkheden.

 

Nog eens, eerlijk? Daar heb ik de afgelopen weken ook al eens vertoefd.

 

Wat vind je nu ECHT belangrijk?

Ik geef toe, ik zie deze hele situatie als een heel mooie uitdaging (en nee, daarmee bagatelliseer ik niet de ernst van de situatie, want die is afschuwelijk, afschrikwekkend, en onzekermakend, dus laten we vooral hopen dat dit heel snel een einde vindt). Een uitdaging om creatief te denken. Een uitdaging om terug naar binnen te keren: wat vind ik nu ECHT belangrijk, wat wil ik nu ECHT, welke keuzes wil ik nu ECHT maken, waar gaat het mij nu ECHT om?

 

En dat kan zomaar zijn dat dat NIET is versnellen. Dat dat NIET is standte pede je hele aanbod online slingeren. Of per direct een nieuwe aanbod erin gooien.

 

Het zou zomaar kunnen zijn dat dat voor jou is vertragen. Andere prioriteiten stellen. Je helemaal op je gezin focussen, op je gezondheid, op die baan die je ook nog hebt – naast je praktijk – als leerkracht. Op, wat dan ook.

 

Het kan ook zomaar zijn dat je nu wordt geconfronteerd met een lege praktijk en meer tijd dan je in tijden hebt ervaren. En dat je voelt dat dit het moment is die plannen die je al tijden in je hoofd op de plank hebt liggen uit te werken. Niet om die NU per direct versneld online te slingeren. Maar om ze, straks als de hele boel tot rust gekomen is, naar buiten te brengen en daar je vliegende doorstart mee te maken.

 

Wat de beste weg is, dat weet alleen jij!

En weet je, wat voor jou de juiste weg is… dat weet alleen JIJ!

 

Ik roep altijd dat je vooral moet kijken wat JOUW hart je ingeeft. Niet wat je omgeving zegt. Die partner die het allemachtig spannend vindt wat je doet. Die vriendin die niets heeft met ondernemen. Die ouder die je aan alle kanten wil beschermen tegen mislukking. Het enige dat telt is wat goed voelt en is voor JOU. Ook in deze situatie.

 

En ja, ik raad iedereen aan vooral deze tijd te gebruiken om naar binnen te keren om te voelen wat je ECHT wilt met je praktijk. Ook om vooral in beweging te blijven, al is het maar met iniemienie stapjes. En om, als je nu de ruimte voelt om te creëren, dat vooral te doen. Maak die prachtige training, geef vorm aan dat nieuwe aanbod. Doen! Maar ook, om creatief te blijven denken en niet bij voorbaat er vanuit te gaan dat je niets meer kan. Wan online is er ZO veel mogelijk. Mits je maar blijft afstemmen op wat klopt voor JOU!

 

Wil je mij laten weten, wat is het nu voor jou? Waar kies jij voor?

 

 

____________________

Wil jij jouw praktijk – in grote of in kleine stappen – klaarstomen voor die (door)start? Volg dan aanstaande donderdag mijn webinar ‘Klaar voor de start – van dromen naar doen’. Weet je welkom!

 

 

 

 

 

Hij kijkt me aan. Zonder met zijn ogen te knipperen, en met een lach op zijn gezicht spreekt hij de – voor mij – vernietigende woorden: “Er zijn drie heel belangrijke redenen waarom jij in dit vak niet zult slagen. 1: Je bent een vrouw. 2: Je bent een kleine vrouw. 3: Je bent een kleine vrouw met een Brabants accent.”

 

Ik ben met stomheid geslagen. Hoe reageer ik hierop? Zegt hij dit nu echt? Was dit een grap? Nee, dit was serieus! Nee, toch… dat kan niet… Of toch wel?

 

Ik werd die dag geraakt

Die ochtend, inmiddels zo’n 27 jaar geleden, was ik afgereisd naar Utrecht voor een gesprek met de directeur van een trainingsbureau. Een paar weken daarvoor had ik namelijk een superboeiende workshop bijgewoond over interculturele communicatie. Als onderdeel van mijn postdoctorale opleiding. Ik werd die dag geraakt. En wist zeker, ik wil dit ook! Dit is ZO anders dan lesgeven op de middelbare school (ik haalde op dat moment mijn eerstegraads lesbevoegdheid). Kleine groepen. Diversiteit. Openheid. Nieuwsgierigheid. Samen onderzoeken. Met eenvoudige oefeningen tot grootse inzichten komen. Waar dan weer de meest geweldige acties uit voortrollen. Wow. Ik vond het GEWELDIG!

 

Dus ik trok de stoute schoenen aan en nam contact op met het bureau dat deze workshop ontwikkelde en verzorgde, en vertelde hoe enthousiast ik was en dat ik graag eens wilde komen praten. Omdat ik wilde onderzoeken of dit ook iets was voor mij. En of er plek zou zijn voor mij binnen deze organisatie.

 

Mijn enthousiasme verdween als sneeuw voor de zon

Nou, ik was nog geen kwartier binnen en de woorden uit de eerste alinea van dit stuk werden al uitgesproken. Daar zat ik dus. Mijn enthousiasme en vastberadenheid verdwenen als sneeuw voor de zon. Het enthousiasme voor deze club was ik gelijk en definitief kwijt. Gelukkig vond mijn vastberadenheid om voor mijzelf het allerleukste werk te creëren de weg weer terug naar mij.

 

Ik was niet goed genoeg

En het allerergste is. Onder de verontwaardiging die ik voelde, geloofde ik ergens wat deze man zei. Ik was niet goed genoeg.

 

En wat hij niet wist, was dat ik aan de universiteit al jaren te horen kreeg dat ik mooi inhoudelijk werk opleverde, en dat mijn enthousiasme aanstekelijk werkte, maar dat ik me niet in de wetenschappelijke wereld kon vertonen met mijn eenvoudig taalgebruik. Ik behaalde mijn titel, maar voelde aan alles: Ik was niet goed genoeg.

 

Ik had een hekel aan lesgeven maar ik genoot van 4 HAVO

Ik werkte niet lang in het onderwijs maar ik zal NOOIT vergeten dat iedereen mij waarschuwde toen ik als beginneling 4 Havo voor mijn neus kreeg: “Dat is de ergste klas die je als starter kunt hebben. Dat zijn raddraaiers.” Maar ik GENOOT. Ik had een hekel aan het lesgeven. Ik vond de 5 VWO-klas die ik had rete-irritant. Maar die 4 Havo klas vond ik het einde. Die kids gebruikten geen ingewikkelde taal of zinnen om te zeggen wat ze bedoelden. Ze waren confronterend, bloedeerlijk en superduidelijk. De taal van mijn hart. Mijn mede-starters snapten mij niet. Je haalde toch niet voor niets je 1e graad? Dan ga je op het VWO lesgeven, dat MOET toch je ultieme doel zijn? Je voelt hem al aankomen. Ik dacht…: Ik ben niet goed genoeg.

 

Poep en pies

En de mensen die mij een beetje kennen, weten dat ik een enthousiaste flapuit ben. Die houdt van een grap en een grol. Een van mijn liefste vriendinnen zegt altijd: “Met Marlies gaat het altijd voordat je het door hebt ‘ineens’ weer over poep en pies.” Door haar en andere mensen die mij ECHT kennen enorm gewaardeerd, maar je kunt je zo voorstellen dat ik in de corporate wereld waar ik jaren vertoefde nogal eens als ‘aardig maar simpel’ werd betiteld. Ik hoorde vooral: Je bent niet goed genoeg.

 

“Ik heb een heeeeeel zwaaaaar levennnnn”

En voordat jullie nu op de achtergrond tijdens het lezen de eerste tonen van ‘Ik heb een heel zwaar leven’ van Brigitte Kaandorp horen inzetten… nergens voor nodig, want dit heeft mij ontzettend veel opgeleverd! Echt ontzettend veel.

 

Want, even los van het meer dan heugelijk feit dat ik die ‘ik ben niet goed genoeg’ gedachten een aantal jaar geleden definitief van mij af wist te schudden dankzij Creatrix®: mijn simpele taal, mijn oprechtheid, mijn duidelijkheid, mijn weigering ergens mooiere en duurdere woorden aan te geven dan nodig is maken mij de meest perfecte persoon die ik kan zijn.

 

Duidelijke taal

Het maakt dat ik een inspiratiebron ben voor mijn klanten. Dat ik ze weet te raken in het hart. Dat ik ze onder datzelfde hart moeiteloos een riem weet te steken. Niet met mooie woorden, maar in eenvoudige taal precies zoals het is. Taal waar je direct iets mee kan. Taal die geen twijfels geeft van ‘bedoelt ze nu dit of dit’. Duidelijke taal dus.

 

Iemand noemde mij een keer schaamteloos mijzelf. Het was niet bedoeld als compliment. Maar jeetje, wat was ik er blij mee. Want ja, hoe fijn is het als je jezelf mag en kunt zijn. Niet alleen in je privéleven, maar ook zakelijk. Als je klanten je online volgen en als ze dan voor het eerst ‘in het echie’ met je kennismaken en tegen je zeggen: “Jeetje, jij bent echt precies zoals je online bent. Het lijkt alsof ik je al heel lang ken.”

 

Afgehaakt of aangehaakt?

En tuurlijk, ik weet ook dat er genoeg mensen zijn die nooit live tegenover mij zullen komen te zitten omdat ze online compleet zijn afgehaakt. Maar inmiddels weet ik dat dat maar goed is ook. Want dan hadden we het niet met elkaar gekund. Daar had geen werkbare en vruchtbare samenwerking uit voort kunnen komen. En dat is toch zonde?

 

Degenen die dus live tegenover mij zitten, daarvan weet ik zo goed als zeker dat het goed zit. Dat we samen door een deur kunnen. Dat ik ze kan bieden wat zij nodig hebben. Dat ik de juiste persoon voor ze ben. En dat is supertof!

 

Laat jezelf zien, met alles erop en eraan!

En dit geldt ook voor jou! Als jij je laat zien zoals je bent. Of dat nu op je website is, in een flyer, in een random gesprekje op het schoolplein of tussen de schappen in de supermarkt, op je visitekaartje of op social media… Als jij je echt laat zien, met alles erop en eraan, dan leren mensen JOU kennen, JOUW expertise, JOUW werkwijze, wat JOU mens maakt en kunnen ze inschatten of ze met JOU willen samenwerken. Het moment dat de eerste stap dan in jouw richting wordt gezet, is het eerste schaap over de dam. Geloof mij.

 

Breng je boodschap in heldere, eenvoudige taal

Wees dus niet te voorzichtig. Zoek geen mooie woorden voor wat je te vertellen hebt. Laat jezelf zien, ook als je haar een keertje niet perfect zit (als ik had gewacht op de perfect hair day was ik NOOIT live gegaan). Breng je boodschap in heldere, eenvoudige taal die jouw doelgroep begrijpt. Zul je zien wat DAT oplevert. Dat beloof ik je.

 

Oh ja, en niet vergeten: JIJ bent MEER dan GOED genoeg. Altijd.

 

 

 

 

 

 

 

Fotografe en videografe is ze. Ze noemt zichzelf De Visiegraaf. Esther van Berk. Ik vind haar leuk. Ze heeft een heerlijk droge humor. Is bescheiden maar ook niet over het hoofd te zien. En ze maakt mooi werk, ook niet onbelangrijk.

 

En omdat ik weet dat heel veel startende (kinder)coaches worstelen met zichtbaarheid. En omdat ik weet dat zichtbaarheid helemaal niet zo ingewikkeld hoeft te zijn als het soms lijkt. Sterker nog, omdat ik weet dat zichtbaarheid superleuk kan zijn… besluit ik Esther te interviewen. Over de do’s & dont’s in fotografie en video. Om het jou een stukje makkelijker te maken. Want ik gun je dat je de stap zet, en alles in mij schreeuwt:

 

Weg met de vakantiekiekjes, die korrelige foto’s en die foto’s die van de zijkant zijn genomen als profielfoto op je social media en je website. Laat foto’s maken waarop je jezelf laat zien. Als de professional die je bent. En waar je oogcontact maakt met je volger of websitebezoeker!

 

Weg met video’s waar je 65 takes nodig hebt voordat je iets durft te posten. Van die video’s die helemaal zijn dichtgetimmerd met een script waardoor enige spontaniteit ver te zoeken is. Waar het proces van bewerken uren langer duurt dan het opnemen van de video zelf. Start met video waarin je jezelf laat zien, eerlijk en oprecht, en ga de kracht ervan ervaren. En nog gekker misschien: ga eens live!

 

Maar goed, hiermee loop ik vooruit op de tips en adviezen van Esther. Dus laten we kijken wat zij hierover te zeggen heeft…

 

Ik vraag Esther hoe het toch komt dat we ‘met zijn allen’ video zo eng vinden?

Esther: “Video is gewoon spannend. Je wordt met je eigen buitenkantje geconfronteerd. Je eigen gezicht zien, en je eigen stem horen. Ik denk van mijn eigen video’s ook weleens: ‘Daar moeten mensen naar kijken en luisteren, och arme jij!’ Niet zelden heb ik hier klanten met tranen in de ogen van de stress.”

 

Maar als je er zo’n stress van krijgt, werkt het dan wel?

“Oh, het gebeurt wel dat een klant helemaal dichtslaat. Ik laat dat gebeuren. En ik stel dan gerust. Want het allerergste dat kan gebeuren is dat ze aan het eind van de dag zonder foto’s of video naar huis gaan. Dat neemt de druk weg.”

 

“En als ik ze dan vraag wat ze zouden willen vertellen en hoe, dan laat ik ze eerst maar eens vrijuit praten. En dan doen we hetzelfde op een gegeven moment voor de camera. En als ze – niet vanuit een marketinggedachte maar vanuit het hart – vrijuit gaan praten, dan komt het verhaal over. Dat is zo gaaf!”

 

Dat geloof ik graag. Niet zelden krijg ik van volgers te horen dat ze mijn video’s fijn vinden om naar te kijken. Omdat het vrij en eenvoudig overkomt. Dat is precies daarom, ik praat vanuit het hart. Alsof mijn ideale klant op dat moment voor mijn neus staat.

 

Wat is het grote voordeel van video in vergelijking met tekst?

“Voordat ik visiegraaf werd schreef ik zakelijke teksten. Ik was altijd op zoek naar de sprankeling in mensen, om dat dan in tekst te vatten. In video word je gedwongen nog korter en scherper te zijn met je boodschap. ‘Waar zit het hem nou eigenlijk in?’ Je hebt immers maar even de tijd. En die sprankeling komt in video nog sterker tot uitdrukking dan in tekst. In video kun je jezelf dus nog beter laten zien en je kennis delen. Dat spreekt mensen aan, en dat levert klanten op.”

 

Kort dus en vanuit het hart. Maar, hoe denk jij dan over scripts?

“Dat is een eeuwige discussie: moet je wel of niet je video vooraf uitschrijven in een script. Het is prettig om een script te hebben zodat je echt goed voorbereid bent. Maar durf het daarna los te laten. Je voelt het namelijk als je een video kijkt waar strak aan het script wordt vastgehouden. De boodschap komt dan niet over.”

 

Scripts, bewerken, ondertiteling. Dat houdt toch alleen maar op? Dan begin je nooit!

“Mijn advies is het zo eenvoudig mogelijk te houden als je je video’s zelf gaat maken. Want anders gebeurt het niet. Het is doodzonde als je elke week een halve dag bezig bent met een video van een halve minuut. Maar feit is wel dat er in ondertitelen van je video’s een groot voordeel zit. Heel veel mensen bekijken social media met geluid uit. Dan ben je ze dus kwijt als je video niet ondertiteld is.”

 

Ik geef gelijk toe: ik ondertitel video’s nooit. Ik ben van het snel, snel even live tussendoor. Omdat het dan ‘opkomt als poepen’, ik wil op dat moment direct iets delen, en ik weet van mijzelf dat het er niet van komt als ik er te lang over na moet denken of bewerken of ondertitelen… Maar als ik dit hoor dan realiseer ik mij ook weer dat ik daarmee wel een kans laat liggen.

 

Even een stapje terug: fotografie, heb je tips voor goede fotografie?

“Heel flauw, maar goede fotografie begint bij kwalitatief goed beeld. Een goede profielfoto moet goed belicht zijn en een rustige uitstraling hebben. Je moet goed herkenbaar en groot in beeld zijn. Er moet niet te veel gebeuren om jou heen. En de uitstraling moet kloppen. Het is heel belangrijk dat je voor jezelf bepaalt hoe je jezelf neer wilt zetten voordat je je laat fotograferen.”

 

“Ga het vervolgens niet oppoetsen en mooier maken. Wel professioneel, maar je wil vooral de sprankeling die in je zit eruit laten komen. Kies voor puur en oprecht. Stel jezelf de vragen: wie ben ik, wat past bij mij, wat past bij mijn persoon en bij mijn uitstraling. Kies daar heel bewust je fotograaf op uit. En niet die ene fotograaf die je toevallig in je netwerk hebt.”

 

Waar begin je dan, als je niet zoveel budget hebt?

“Al heb je maar 1 echt goede, professionele profielfoto. Zet die neer op je homepage, op je over mij pagina en op je contactpagina. En gebruik dezelfde foto op social media.”

 

“Als je een afspraak maakt met een fotograaf, vraag dan om 5 gevarieerde foto’s voor je website waaronder een profielfoto en een breder gekaderde foto. Bijvoorbeeld een foto waarop je aan het werk bent in praktijkruimte aan je bureau). Mensen willen namelijk weten met wie ze te maken krijgen, dus geef ze die kans door je ‘aan het werk’ te zien op je website.”

 

En video, hoe begin je daarmee?

“Je hebt verschillende type video’s: De promotievideo, waarin je laat zien wat je doet en wat de resultaten zijn die je behaalt. Dit zijn video’s die je meerdere keren kunt gebruiken op social media. Dan de bedrijfsvideo, die plaats je op je website en is echt een kennismaking. Die kun je op social media niet zo vaak herhalen, die is iedereen na een maandje wel beu. En kennisvideo’s. Dat zijn video’s waarin je elke keer een klein stukje kennis deelt. Een eye-opener, een tip geeft. Hiermee trek je de aandacht. Met kennisvideo’s wil je bereiken dat de kijker ziet dat je er verstand van hebt, dat ze een klik met je voelen.”

 

“Als je hebt gekozen voor een type video, bepaal dan vervolgens of je de video zelf gaat maken of dat je het laat doen. Je kunt heel veel zelf. Maar het is ook fijn om het te laten doen. Dan neem je meerdere video’s op 1 dag op. Wordt alles voor je bewerkt, ondertiteld en eventueel zelfs geplaatst. Dat scheelt heel veel werk en hoeft helemaal niet zo duur te zijn.”

 

Als je het nou helemaal zelf wilt doen, waar moet je dan rekening mee houden?

“Zet je telefoon op een statief. Dan hoef je niet met je aandacht bij de selfiestick te zitten. En het is veel rustiger om naar te kijken. Gebruik ook een dasspeldmicrofoon, zeker als je buiten opneemt. Zorg voor goed licht. Dat hoeft niet ingewikkeld te zijn. Daglicht is prima, als het maar van voren komt. Ga in ieder geval niet voor een raam staan waar de zon rechtstreeks inschijnt, want dan ga je knijpen met je ogen.”

 

“Het is handig om een vaste plek te hebben waar je je video’s opneemt, zodat je daar niet over na hoeft te denken. Dat kost allemaal te veel tijd. En bereid je voor. Weet wat je wilt zeggen, hoe je wilt beginnen en hoe je wilt eindigen. Laat het vervolgens los, en spreek zo natuurlijk mogelijk door bijvoorbeeld te doen alsof je je verhaal aan je leukste klant vertelt. Je kunt je video dan beginnen met ‘Hoi Maarten, ik maak deze video voor jou…’ Dat stuk aan het begin knip je er dan af. Je boodschap wordt er veel gerichter van.”

 

Dat werkt als een tierelier, weet ik uit ervaring… Toen ikzelf pas begon met lives en video’s had ik een fotootje van mijn ideale klant aan de bovenkant van mijn telefoon geplakt, net boven de camera. Daar keek ik naar als ik begon te spreken. Maakte het zoveel makkelijker om een spontaan verhaal te vertellen!

 

En hoe vaak zet je video in?

“Het belangrijkste is dat je een vaste frequentie en regelmaat hebt. Dat maakt het voor jezelf veel makkelijker. Ga uit van in ieder geval een keer in de week een video. Want maar een deel van je volgers krijgt je video te zien. Dat zit hem in de algoritmes van social media. Als maar 10% van jouw volgers je video te zien krijgt, dan is met een keer in de maand de opbrengst wel heel erg laag.”

 

Wat is de ideale lengte van een video? Want FB raadt video’s van 3,5 minuut aan…

“Een goede video is zo kort mogelijk. 3,5 Minuut is voor het algemene publiek veel te lang. Een minuut is perfect, anderhalve minuut wordt zelfs al lang. En het voordeel: als je onder de minuut blijft kun je je video zonder inkorten op Insta plaatsen. Ik pleit echt voor steeds korter. Je boodschap wordt veel krachtiger.”

 

“Oh, en je video kan je blog vervangen. Je kunt een video in je blog en in je nieuwsbrief opnemen. Er is ontzettend veel mogelijk met video.”

 

Hoe beoordeel je of een video goed genoeg is?

“Er zijn 3 vragen die je jezelf moet stellen: 1. Is het beeldtechnisch ok? Je bent geen hobbyist, het moet er professioneel genoeg uitzien. 2. Is het ontspannen genoeg, ben ik dit echt? En 3. Is de boodschap duidelijk? Als dat allemaal goed zit, dan gelijk online zetten en niet meer naar kijken. Behalve natuurlijk naar de reacties om daarop te reageren.”

 

En, nog een paar aanvullende tips van Esther:

  • Vraag geen feedback van mensen die niks met jouw business te maken hebben.
  • Houd het vol: 1 video is geen video. Als je je voorneemt met video te gaan werken, doe het dan 3 maanden en kijk dan pas wat het oplevert.
  • Neem wekelijks op een vaste dag je video op. En neem eens 4 video’s achter elkaar op. Dat scheelt heel veel tijd.
  • Plan een video gelijk in als je hem hebt gemaakt, want als je hem op een later moment nog terugkijkt voordat je plaatst, dan denk je te snel ‘ik maak wel een nieuwe’.
  • Rare haren, scheve tanden. Het doet er niet toe. Eerst naar de kapper voordat je video opneemt is het slechtste excuus. 90% van de mensen ziet het niet, de enige die het ziet ben jij zelf.
  • Als je werkt met visagie zorg dan dat het echt blijft. Kijk naar wie jij bent, hoe je jezelf normaal opmaakt en doe dan net een tandje meer. Maar niet overdone. Het moet blijven kloppen!

 

Tot slot heeft Esther nog een handig adres voor je

Wat je zeker nodig hebt voor goede video’s met je smartphone:

  • Een statief zodat je mooi stabiel beeld hebt en niet met je aandacht half bij de selfiestick zit
  • Een dasspeldmicrofoon zodat je mooi professioneel geluid hebt en niet hol klinkt

 

Alles hier verkrijgbaar, bij een leverancier die speciaal voor mij alles op een overzichtelijke pagina bij elkaar gezet heeft (en nee; ik verdien er niets aan door dit door te geven, maar ik steun altijd meer dan graag de goede zelfstandige ondernemers):

https://www.phonextra.nl/accessoires/diverse-accessoires/filmen-met-je-smartphone/

 

Optioneel: een ringlamp zodat je er altijd op zijn flatteust uitziet

De mijne heb ik via bol.com. Zoek even op ringlamp, dan kom je allerlei varianten tegen in verschillende prijsklassen en kun je kiezen wat bij je past.

 

 

Thanks, Esther!

Thanks Esther, voor je tips en adviezen. Voor onze samenwerking. En niet in de laatste plaats, voor jouw humor en ons leuke contact over van alles dat niet zakelijk is, zoals chocolade!  😉

 

 

Ik zit op dat randje. Van net wakker worden, maar nog niet wakker. Ik slik. Au! Fuck. Damn. Dat doet meer pijn dan gisteren. Ik knipper met mijn ogen. Neeeeeeeeeeee! Die splitting head ache is dus niet in de loop van de nacht spontaan en als sneeuw voor de zon verdwenen. Ik draai me om. Au, mijn nek, mijn rug, mijn huid, mijn haar, au, au, au, au!

 

Ziek zijn vind ik STOM

Mijn hoofd zou vol overuren draaien om dit probleem ff op te lossen, ware het niet dat dat hoofd vol snot zit en dus alleen nog maar kan bonken in plaats van denken. Er zit dus blijkbaar niets anders op. Ik moet mij gewonnen geven. Ik ben ziek.

 

Ziek. Dat bestaat niet in Marlies-land. Ziek zijn vind ik STOM. Ziek zijn vind ik ZWAK. Ziek zijn, daar doe ik gewoon niet aan. Even zuchten, eventueel een paracetamolletje (of 2 of 3) en gaan met die banaan.

 

Maar nu dus niet. (En naar later blijkt, de 5 dagen daarna ook niet…)

 

Ik cancel de een na de andere afspraak…

Cancelde ik eerst mijn samenBLOGdag voor de maandag. Kon ik op maandag mijn afspraken van dinsdag afbellen. Op dinsdag hetzelfde voor woensdag. En op woensdag, met pijn in mijn hart, zegde ik de samenWERKdag af. Om op de vrijdag gelukkig fit genoeg te zijn om De kindercoachpraktijk van je dromen te draaien, met een groep mega enthousiaste vrouwen. Ik slaakte een zucht van verlichting, ik was er weer…

 

… en kom terecht in NIETS

Maar goed, die vijf dagen van zondag tot en met donderdag in bed dus. Dat was nog eens wat. Ik kwam in iets heel naars terecht. In het hoofd moeten buigen. In me over moeten geven (djezus, wat heb ik me verzet). In mijn verlies nemen. Om te eindigen bij NIETS.

 

NIETS bestond vooral uit slapen. Slapen en slapen. Afgewisseld met al balend naar het plafond staren (waarop ik mij voornam manlief te vragen of die gekke streep daarboven in de nok van onze zolder schaduw of lekkage is, niet vergeten te doen!). Af en toe een appje hier of daar. Een instapost om mijn frustratie te delen. Een iets te optimistische douche. En dan weer slapen. Slapen en slapen.

 

Gewoon even niet

En terwijl ik dan zo al balend lag te mijmeren over WAAROM ik het hier nu zo moeilijk mee had, en dit was maar een griepje, hoe moest het dan als je eens ECHT serieus ziek bent, kwam langzamerhand de overgave. Ik voelde het verzet mijn lichaam verlaten. En hoewel ik het allesbehalve tof vond om me zo k.u.t. te voelen, voelde het niets en het rusten ineens ook wel lekker. Even niet vooruit hoeven denken. Even niet hoeven plannen. Even niet strategisch. Even niet. Gewoon even niet.

 

En dan blijkt het ineens super mee te vallen

En waar ik in de eerste drie dagen nog paniek had van het niet kunnen nadenken. Voelde het op een gegeven moment helemaal ok. Het afzeggen van klanten, het ergste dat ik mij kon voorstellen, bleek ontzettend mee te vallen. Iedereen die het begreep natuurlijk. En het opnieuw inplannen van die weggevallen afspraken en trainingsdagen bleek ook 100% mee te vallen (nu had ik daar in mijn hoofd ook wel een HEEL groot drama van gemaakt, dus het kon ook niet anders dan meevallen).

 

Een verrassend idee…

En ergens, in dat niet na kunnen denken plopte ineens uit onverwachte hoek een heel verrassende gedachte in mij op: ‘Marlies, hoe zou het zijn als je alles even helemaal losliet tot de eerste week van maart, tot na je wintersport. En als je tot 1 april even een reeks momenten inplant voor NIETS? Die agenda is al vol zat…’

 

Ik keek nog net niet verschrikt om mij heen waar deze stem vandaan kwam… Ik moest wel ijlen, hallucineren of misschien zat er iets in die kruidenthee die ik van manlief had gekregen. Want waar kwam DIT nu weer vandaan?

 

Ik HOUD van mijn werk!

Ik had het nog niet gedacht of er kwam een enorme rust over mij heen. Ja, dat. Precies dat. Dat is wat ik nodig heb. Niet mijn agenda leegvegen. Niet mijn afspraken cancelen. Niet alles op de schop. Niet alles helemaal anders. Want ik houd van mijn werk. Ik geniet van mijn klanten. Mijn hart maakt elke dag een huppeltje van de stappen die ze zetten. De resultaten die ze boeken. De successen die we samen kunnen vieren!

 

5 x NIETS, voor mij is dat een mega IETS

Maar gewoon even een paar weken met een aantal geplande momenten van NIETS. Een paar momenten zonder afspraken of trainingen. Momenten met tijd voor mijzelf. Voor het schrijven van de teksten voor mijn nieuwe website. Voor het uitwerken van de pilot van die supergave nieuwe training. Voor het bouwen aan mijn community. Voor heel veel dus, maar daarvoor moet ik eerst tijd inplannen voor NIETS.

 

So I did. Ik blokte in de maand maart op maar liefst 5 dagen een blok NIETS. En degenen die mij een beetje kennen weten dat dat voor mij een mega IETS is.

 

Het vooruitzicht geeft lucht. Rust. En ik kijk er naar uit. Ik proost op NIETS!

 

 

 

Oh, trouwens, bij de weg: door dat ziek zijn moest ik dus mijn samenBLOGdag verplaatsen. Deze vindt nu alsnog plaats op maandag 30 maart. En het is voorlopig de laatste keer. Nee, dat is geen commercieel marketing trucje. Echt, voorlopig staat deze dag niet meer ingepland. Niet omdat deze dag niet leuk is. Niet omdat de reacties niet overweldigend zijn. Maar omdat ik ontzettend veel andere gave dingen OOK te delen heb met jullie. En alles tegelijkertijd, dat krijg je niet ‘verkocht’ (dat is wel een marketing-dingetje).

 

Dus, had je die samenBLOGdag al een aantal keer voorbij zien komen en dacht je steeds… ‘Nu lukt het niet, maar lijkt mij wel tof voor een later moment.’ Dan is DIT je moment. Meld je je snel even aan? Er is nog ruimte voor een paar deelnemers…

 

 

 

 

 

Vorig jaar rond deze tijd interviewde ik een aantal kindercoaches over hun ondernemersreis. De een nog leuker dan de ander. Prachtige verhalen over hun visie op het vak. Het verhaal van een aantal raakte mij in het bijzonder. Er sprak iets wijs, iets rustigs, iets super professioneels, iets onafhankelijks, iets down to earths en tegelijkertijd spiritueel ‘wetends’ in door. Oftewel, ik kon de vinger er niet precies op leggen.

 

Wat zij met elkaar deelden? Zij waren kindercoaches van het eerste uur en volgden de opleiding bij Jeanette van Kuik van de Magie van Kindercoaching, toentertijd nog onder de naam De kunst van Kindercoaching.

 

De moeder van kindercoach-Nederland, zo zie ik haar. Naast kindercoach en opleidster, schrijfster van het boek Coachee. Bedenker van de spellen Coachee! en Aangenaam kennismaken. Grondlegger van Adiona en het KinderCoachGilde. De vrouw die strijdt voor het vak kindercoach met hoge kwaliteit enerzijds en vrijheid en laagdrempeligheid anderzijds. De vrouw die in de afgelopen 15 jaar een aanzienlijk deel van de kindercoaches in Nederland en België opleidde.

 

Supertof dat ik haar mocht interviewen. Over het vak kindercoaching. Hoe het was, hoe het is en waar het naartoe gaat.

 

Hoe lang bestaat het vak kindercoach eigenlijk precies?

“Ergens tussen de 20 en 15 jaar geleden viel de term kindercoach voor het eerst. Als je mij vraagt hoe lang het vak echt bestaat, dan zeg ik 15 jaar. Ik kwam uit het onderwijs, was burn-out geraakt en volgde een bewustwordingsprogramma toen ik mijzelf in een visualisatie zag doen wat ik nu doe. Dus ik startte mijn eigen praktijk en noemde mijzelf kindercoach. Met mij waren in die tijd bijvoorbeeld Wouthiera Crommelin en Tea Adema de kindercoaches van het eerste uur.”

 

“Ik had geen speciale opleiding, geen bijzondere achtergrond behalve het onderwijs. Wat ik deed werkte op de een of andere manier. Ik wilde weten en begrijpen waar ik mee bezig was Toen ik Ingrid Stoop met de MatriXmethode tegenkwam kreeg ik de eerste handvatten voor coaching. Ik zocht naar diepgang: waarom werkt het zoals het werkt. Dus ging ik psychologie studeren, systemisch werk, mediation.”

 

Dit klinkt alsof je ‘uit het niets’ bedacht dat je een praktijk moest starten. Maar waar kwam dat vandaan?

“In het onderwijs waren we gewend OVER het kind te praten, in plaats van MET ze te spreken. We namen het kind helemaal niet serieus. Dat moest toch anders kunnen? Laten we dat dan ook doen! Want, over 30 jaar zit dat kind van nu in de regering. Over 30 jaar maakt dat kind van nu beslissingen en keuzes voor de toekomst van onze wereld. Hoe zou het dan zijn als we dat kind van nu serieus nemen en ermee in gesprek gaan?”

 

Wow, zo had ik er eerlijk gezegd nog nooit naar gekeken. Hoe geweldig als je zo’n sterke missie voelt? Maar, dan nog. Missie of niet… In die tijd bestond het vak kindercoach dus bij de gratie van een aantal vrouwen die elkaar niet kenden, maar die onafhankelijk van elkaar besloten zichzelf zo te noemen. Geen hond die de term verder kende. Kunnen we anno 2020 wel zeggen dat de kindercoaches als paddenstoelen uit de grond schieten en ons afvragen of er nog genoeg ruimte is op de markt, maar die positie van toen lijkt mij ook geen makkie.

 

Hoe was het dan om een praktijk op te bouwen? Waar begon je?

“Mijn eerste ervaring was dat de deuren dicht gingen. Alsof ik iets heel vaags deed met kinderen. Frustrerend. Ik heb veel last gehad van de oordelen van mensen, omdat ik zelf ook nog geen duidelijkheid had. Ik had nog nooit iets ondernomen. Dat was ook een voordeel, want ik ging overal blond in. Ik ging naar de mensen toe om te coachen terwijl ik amper geld had om mijn benzine te betalen. Stond ik weer te zoeken in al mijn zakken voor een paar gulden zodat ik precies genoeg benzine had om weer thuis te komen. Maar ik ben het blijven doen, ik moest wel want ik had mijn baan opgezegd dus ik moest mijn inkomen genereren.”

 

Ik kan mij daar niets bij voorstellen. Hoewel ik altijd mijn geld heb moeten verdienen om samen met manlief voldoende geld te verdienen om ons leven te leven, heb ik dit soort nijpende situaties niet gekend. Ik moet toegeven, ik vrees dat zo’n ervaring mijn passie als sneeuw voor de zon had doen verdwijnen.

 

Dat klinkt als een behoorlijk onzekere tijd…

“Ja, het was onzeker. Als de deuren dichtgaan, ga je twijfelen aan jezelf. Dan vraag je je af: ‘Waar doe ik het eigenlijk voor?’ Ik dacht het dagelijks. Ik denk het vaak nog. Het is de kunst dan toch door te gaan. En, je hoeft maar 1 of 2 mensen om je heen te hebben die in jou geloven en die je af en toe een zetje kunnen geven. Die steun heb je echt nodig, want je krijgt te maken met heel veel meningen, oordelen en angsten. Hoe vaak ik niet heb gehoord: ‘Zou je niet gewoon in het onderwijs blijven?’ Dat zijn de angsten van de ander. Daar moet je je niet door laten leiden.”

 

Yep, ik weet zeker dat we dat allemaal wel herkennen. Kun je het niet beter als hobby erbij doen? Of is het niet beter nog een baantje ernaast te hebben voor je verzekeringen en pensioen? Daar schreef ik onlangs nog een blog over.

 

Waar kwam dan het punt dat het begon te lopen? Hoe heb je dat aangepakt?

“Ik begon met het geven van lezingen. De eerste keer was de toegang gratis, er kwamen 2 mensen. Ik deed het nog een keer en vroeg entree. Toen waren er 15 deelnemers. Mensen hoorden viavia dat ik een mooi verhaal te vertellen had. Toen stonden ze ineens in rijen te wachten en kwam er 100 man op mijn lezing af. Ik weet nog dat we snel op het laatste moment de zaal moesten ombouwen om het te laten passen. Ik had altijd mijn agenda bij me, altijd. Dus ik ging gelijk afspraken maken na die lezingen. Ik gaf onvoorwaardelijk, maar pakte dan wel gelijk door.”

 

En toen besloot je anderen op te gaan leiden?

“In 2007 besloot ik dat anderen dit ook moesten weten en leren. Ik begon gewoon, had totaal geen plan. Zo doe ik alles. Als ik een besluit neem, dan ga ik er voor de volle 100% voor. Het enige dat ik wist was dat de opleiding drie keer twee dagen moest duren. Er kwamen inschrijvingen, op een gratis in elkaar geflanste website. Dus ging ik op zoek naar een locatie. Die locatie bleek van Christa Wiersma te zijn. En van het een kwam het ander. Samen richtten we De Kunst van Kindercoaching op en goten alles dat we wisten in de opleiding. Na 7 jaar scheidden onze wegen, ik volgde mijn eigen pad en richtte de Magie van Kindercoaching op.”

 

“Als ik terugdenk aan die eerste groepen van de opleiding: we voelden dat we een verschil maakten. We faciliteerden een bewustwordingsproces bij iedereen die iets met kinderen wilde doen. Er veranderden dingen thuis, banen werden opgezegd. Er gebeurde iets. Ineens waren we niet meer alleen. Met ons waren een heleboel andere kindercoaches die ook voelden dat er iets moest gebeuren. Er werden praktijken geopend en met vallen en opstaan ging iedereen aan de slag.”

 

Als je kijkt naar die allereerste kindercoaches die je opleidde, en nu. Is er dan iets veranderd?

“Die allereerste fase, die eerste kindercoaches, dat waren de pioniers, de bouwers die op hun bek durfden te gaan. In die tijd heerste ook de crisis he, veel mensen kwamen op straat te staan. Dus ze moesten wel.”

 

“De fase daarna was wat voorzichtiger. En nu zie ik steeds meer mensen die afwachten, er is minder noodzaak. De overtuigingen groeien ook per groep: Wie zit er op mij te wachten? Mensen kiezen daardoor toch weer eerder voor die vaste baan. Wat ook weer prachtig is, want dat betekent dat zij – met de kennis uit de opleiding – de dingen anders gaan doen binnen hun bestaande werkzaamheden. Ook zij zijn ondernemer, alleen zien zij het niet zo. Maar zelfs als je binnen je bestaande school kindercoaching wilt doen, moet je ergens voor staan en voor vechten. Zo bereiken we ontzettend veel met zijn allen.”

 

“Of het je gaat lukken met een eigen praktijk is wel afhankelijk van de functie die jij jouw praktijk geeft. Heb jij een reden nodig om uit het onderwijs te stappen? Of heb jij een praktijk om jouw missie te vervullen? In het laatste geval gaat het je lukken.”

 

Hmmm, dat punt snap ik. Een praktijk als vlucht loopt zelden goed af (hoewel ik ook de voorbeelden ken die desondanks een geweldig succes werden). En niets zo sterk voor je praktijk als een missie, een ‘big why’ zoals we dat ook wel noemen.

 

En het vak kindercoaching. Hoe heb je dat zien veranderen?

“Voor mij heeft kindercoaching een maatschappelijke functie. Als kindercoach draag je bij aan het collectieve verlangen dat er iets moet veranderen voor de kinderen van de toekomst en heb je daarin een voorbeeldfunctie. Je spreekt ouders, niet alleen kinderen, en je helpt deze ouders anders naar hun kind te gaan kijken. Dan breng je dus een boodschap: Laten we onze eigen zooi opruimen zodat kinderen de ruimte hebben om in essentie te zijn wie ze zijn.”

 

“Onze huidige maatschappij vraagt ook echt om een andere houding, de waarden en normen zijn aan het veranderen. Vroeger verlangden we naar gehoorzaamheid. Nu mag een kind krachtig, en dus ook rebels, zijn. Je ziet de millennials hun eigen kracht en eigen kwaliteiten volgen. Dat vraagt een heel andere zorg- en onderwijsaanpak. En kindercoaching is een van de bewegingen daarin.”

 

En toen ergens ontstond Adiona?

“In 2008 leverden we de eerste lichting kindercoaches op. We hadden toen alleen nog maar een basisopleiding. Ik wilde voor die mensen een netwerk creëren voor na de opleiding. Met de gedachte dat je het wel zelf maar niet alleen hoeft te doen. Een beroepsvereniging leek het logisch vervolg. Dus richtten Christa en ik Adiona op, de beroepsvereniging voor kindercoaches. We creëerden een warm bad. We organiseerden twee keer per jaar een dag waar we samenkwamen. Daarna zwermden we weer uit.”

 

En het KinderCoachGilde?

“Er waren wel kwaliteitsregisters maar die waren allemaal verbonden aan een opleiding. Even kort door de bocht: opleiding volgen, op tijd je bijscholing doen en je voldoet. Maar het gaat mij om veel meer: Ben je in ontwikkeling? Ben je op het juiste pad? Dus ik wilde een kwaliteitsregister opzetten dat uitgaat van de vraag: Wat past in jouw ontwikkeling als coach? En zo ontstond het KinderCoachGilde, het kwaliteitsregister waar je naast Adiona lid van kon worden.”

 

Eerlijk is eerlijk, zelf vond ik het in mijn eerste jaren als kindercoach erg belangrijk dat ik werd erkend in mijn vak en mijn expertise. Dus deed ik er alles aan om vergoed te worden door de aanvullende verzekering (daar denk ik inmiddels overigens heel anders over, maar toen vond ik het heel belangrijk). Dat betekende dat ik lid was van de AbvC die dat voor mij als counselor mogelijk maakte. Nu kom ik ontzettend veel kindercoaches tegen die zoeken naar steun, intervisie, duidelijkheid over wet- en regelgeving. En dan verwijs ik altijd door naar Adiona en het KindercoachGilde. Ik ben ervan overtuigd, als je jezelf serieus wilt nemen als kindercoach, dan kun je niet zonder beroepsvereniging!

 

Maar nu is het Gilde toch ook een beroepsvereniging geworden? Wat was de aanleiding?

“Ik ben vanaf dag 1 pertinent tegen het streven naar vergoeding door zorgverzekeraars geweest. Want dan moet je aan ontzettend veel eisen voldoen terwijl het vak kindercoaching nog in de kinderschoenen stond! Nu zou je kunnen zeggen dat het vak inmiddels in de puberteit zit. En wat zijn pubers: knijterrebels! Die willen niet aan allerlei eisen voldoen. Die hebben nog wilde plannen. Ga je dan proberen te passen in allerlei regeltjes, dan ben je die vrijheid kwijt. Terwijl je zeer deskundig bent, zeer geschoold, allemachtig veel kennis hebt. Met het KinderCoachGilde wil ik een beroepsvereniging bieden voor juist die kindercoaches die nog steeds in die pioniersgeest zitten, dat verschil willen maken, uit de structuren, uit de regels. Maar wel met de benodigde verzekeringen, klachten- en geschillencommissie, deskundigheidsbevordering en persoonlijke ontwikkeling. Ook nu wil ik weer laten zien dat het anders kan.”

 

Maar als je dan niet aan allerlei regels hoeft te voldoen, hoe waarborg je dan de kwaliteit?

“We hebben mensen nodig die sterk staan. Ik wil dat wij ons vak in vrijheid kunnen blijven uitoefenen en buiten de lijntjes kunnen blijven kleuren, met kwaliteit. Je wordt dus echt niet zomaar toegelaten. Je doorloopt een soort sollicitatieproces waarin je wordt begeleid door een coach. Van daaruit kijken we of je wel of niet past binnen het Gilde. Ben je eenmaal lid, dan heb je twee keer per jaar een gesprek met een coach: Hoe was het afgelopen half jaar, en wat zijn je plannen voor het komende half jaar. Ik verwacht ook een actieve houding van de leden. Ons motto: om te groeien moet je in beweging blijven. Je doet dan ervaring op, maar je moet ook stilstaan om te verdiepen, bij jezelf te komen. Je steeds weer af te vragen ‘waarvoor doe ik het ook alweer’.”

 

Een mooie ontwikkeling vind ik. Want hiermee is de aansluiting bij een beroepsvereniging voor iedereen haalbaar en heb je als kindercoach ineens veel meer keuze. Kies je voor een meer generieke vereniging voor coaches in het algemeen, voor een vereniging vanuit een andere professionele achtergrond of voor een van deze twee verenigingen speciaal voor kindercoaches. Zo kan het niet anders zijn dan dat er voor ieder een plek is die past.

 

(Ik heb er bewust voor gekozen hier geen reeks namen van beroepsverenigingen te noemen, omdat ik nooit volledig kan zijn en er geen ‘goede’, ‘betere’ of ‘slechtere’ verenigingen bestaan. Een vergelijking om te vinden wat bij jou past moet je dus echt zelf maken. Een goede Google actie op de termen beroepsvereniging en coach levert je een prachtige lijst met opties op. Het is een kwestie van kijken waar jij je thuis voelt, wat past bij jouw visie op het vak, wat de eisen voor aanmelding zijn en vervolgens je keuze maken. Gun het jezelf wel, het is namelijk niet te doen zelf alle eisen en wet- en regelgeving in de gaten te houden. Hierin is een beroepsvereniging een ontzettende steun. Nog even los van alle andere voordelen (intervisie, verzekeringen, deskundigheidsbevordering, etc) die een vereniging biedt.)

 

De kindercoaches schieten nu als paddenstoelen uit de grond… Hoe zie jij kindercoaching in de toekomst?

“Gelukkig maar dat er steeds meer kindercoaches komen. Het is echt het beroep van de toekomst. Wat we nu doen is bouwen aan de toekomst, waar onze maatschappij heen zou kunnen gaan. Als kindercoaches werken wij daarom meer en meer met de ouders. We geven geen adviezen of lijstjes met tips, we gaan een coachproces met de ouders aan. Zodat ook zij hun eigen kracht ontdekken, hun eigen pijn tegenkomen. Als ouders dat gaan doen, dan werkt dit in het kind door en krijgen wij een duurzame verandering bij het kind.”

 

“Om die verandering NU in beweging te zetten hebben we zoveel mogelijk kindercoaches nodig. Met dat verhaal hebben wij aangeklopt in de politiek. En daar werden ze heel blij van. Want, hoe zou het zijn als alle ouders twee keer per jaar naar de kindercoach gingen, net zoals je elk half jaar voor controle naar de tandarts gaat. Dat noem ik een duurzame vorm van begeleiden. Dan kan het kind verder. Hoeft jeugdzorg niet meer van die lange wachtlijsten te hebben. En natuurlijk, als er meer nodig is dan moeten we in het netwerk kijken en doorverwijzen.”

 

Tips van Jeannette voor (startende) kindercoaches:

  • Verwijs op tijd door, wees zorgvuldig, zorg dat je weet wat je doet.
  • Sluit trajecten nooit definitief af, maar houd de deur altijd open. Je zet een beweging in gang, en die wil je in beweging houden. Met het idee: jullie kunnen nu samen verder en als het nodig is, dan weet je mij te vinden.
  • Toon leiderschap en blijf aan je eigen issues werken. Laat ze niet tussen jou en je passie komen.
  • In het begin mag je tarief best wat lager zijn, maar houd het redelijk. 60 euro is echt het minimum. Vraag je een te laag tarief, dan toon je geen respect naar jezelf, je collega’s en het vak.
  • Ga samenwerken en niet concurreren. Als vrouwen gaan concurreren, dan verzwakken we elkaar. En dat is het laatste dat we willen.

 

 

 

 

 

 

“Ga je HIERVOOR je baan opzeggen? Dat meen je niet!” Het klinkt niet als een vraag. Zeker niet met haar gezicht erbij. Ze werpt amper een blik op de flyer die ik haar laat zien. Ik voel mijn hart ineenkrimpen. Au, dit doet au.  En ik heb geen idee hoe ik moet reageren. Ze zegt het niet, maar ik hoor: “Ben je gek geworden?”, en “Wat een dom idee”, maar ook “Heb je wel enige realiteitszin?” en “Als je niet meer happy bent in je baan kun je toch ook gewoon een andere zoeken?” en tot slot: “Heb je hiervoor nu een universitaire graad gehaald?”

 

Ik zal het nooit meer vergeten. Stond ik daar. In de gang van de school van mijn oudste. Twee minuten daarvoor was ik nog supertrots. En opgewonden. Want, het was zover.

 

Na jaren had ik eindelijk toegegeven wat ik stiekem altijd al wist

Na jarenlang universitaire studie waar mijn hart overduidelijk niet lag. Na jarenlang niet happy in mijn baan. Na jarenlang desondanks doorbuffelen. Na jarenlang geen idee hebben wat IK nu eigenlijk wilde, wat IK belangrijk vond, wat IK wilde met mijn leven. Na jaren had ik eindelijk toegegeven wat ik stiekem altijd al wist. Van kleins af aan. Dus na een – wederom jarenlange – zoektocht vond ik de opleiding tot kindercoach, volgde deze en startte mijn eigen praktijk. Ik had gevonden waar mijn hart een huppeltje van maakte. Mijn vlammetje harder van ging branden.

 

Mijn hart en zaligheid

Ik legde mijn hart en zaligheid in het maken van mijn plannen. In het ontwikkelen van mijn website. En in het vormgeven van die flyer. Vastberaden een succes te gaan maken van mijn – toen nog – kindermassage en -coachpraktijk Eigenhandje.

 

Ik droop af

En daar stond ik dus. Hoewel ik bekend kan staan om mijn aanstekelijk enthousiasme, sprong hier duidelijk geen vonk over. Ik stopte mijn flyers in mijn tas, bracht enigszins beduusd zoonlief zijn klas in en droop af naar huis. Bummer.

 

Het bleek niet de laatste keer te zijn dat ik met twijfel en weerstand te maken zou krijgen. En nu, bijna 10 jaar later, gebeurt het nog. “Zou het niet verstandig zijn er toch nog iets naast te doen, voor je pensioen?” en “Je kunt toch ook de praktijk ERBIJ doen, als hobby?”

 

Wil ik het überhaupt uitleggen?

Inmiddels doet het bij lange na niet meer zoveel met mij als al die jaren terug. Toch moet ik er inwendig altijd een beetje van zuchten. Want, hoe leg ik dat nou uit? Wil ik het überhaupt uitleggen? Dit is mijn leven. Hier word ik dolgelukkig van. Zo maak ik het verschil. Hier sta ik elke dag met energie en tomeloos enthousiasme voor op.

 

Vind ik het nooit zwaar? Oh hell, yes!

Zou ik nooit mijn portie aan Fikkie willen geven? Uhhh, guilty

Is het het allemaal waard? Absoluut

Hobby of bedrijf? Nou, wat denk je????

 

Geen praktijkJE maar een praktijk

Hoe pijnlijk ik dat moment ook vond, daar in de gangen van school met een kind aan de hand en de ander aan mijn been, het wakkerde wel precies aan wat ik nodig had: een vastberadenheid ten top om die praktijk tot een succes te maken. Geen praktijkJE neer te zetten maar een praktijk. Geen hobby te onderhouden maar een bedrijf te runnen. Niet de moeder in een hysterische ‘ik moet wat in mijn leven’-bui te spelen maar een serieuze onderneemster te zijn.

 

En zo geschiedde. Met manlief als grootste fan en aanjager zette ik mijn stappen. Bouwde mijn droom. Stap voor stap. En een succes werd het!

 

Ik zie dezelfde frustratie en teleurstelling bij anderen

Nu, al die jaren later, kom ik ZO veel startende kindercoaches tegen die te maken krijgen met dezelfde twijfels van hun omgeving.  En bij allemaal zie ik die teleurstelling en frustratie op het gezicht. Van het gebrek aan steun. Van het ontbrekende vertrouwen. Van de – helaas – vaak afnemende energie.

 

Het vuurtje dooft

En niet zelden dooft uiteindelijk het vuurtje. Het vuurtje dat haar in eerste instantie naar de opleiding tot kindercoach dreef. Het vuurtje dat maakte dat zij naar de KvK ging om haar praktijk in te schrijven. Het vuurtje dat ervoor zorgt dat zij het onderste uit de kan zal halen om de kids in haar praktijk te helpen. Dat vuurtje.

 

Laat ze een poepie ruiken!

Ik kan het amper verdragen. Ik zou uit willen roepen: “Laat je niet tegenhouden. Ga voor je droom. Doe wat je hart je ingeeft. Vertrouw op je hart en ga! Zet door. Elke keer weer. Laat ze een poepie ruiken die twijfelaars, azijnpissers en zwartkijkers. Je verdient het om een succes te maken van je praktijk. Je verdient het om een succes te maken van jezelf. Ga ervoor!”

 

Dus als je dit leest: stel je dan mij maar voor. Met een megafoon aan de mond. Staand op een stoel. En hoor mij die woorden roepen. Ze zijn voor JOU bedoeld. En ga ervoor. Echt. Gun het jezelf. En gun het al die kids die op jou zitten te wachten. Zul je zien wat er gebeurt. Echt, neem dat van mij aan.

 

 

Wist je trouwens dat je in de FB-community Kickstart de kindercoachpraktijk van je dromen precies dat vindt dat je nodig hebt? Die steun, die aanmoediging? Inspiratie, motivatie, tips en adviezen? Nog geen lid? Klop er even aan, laat ik je binnen. Gratis uiteraard. Enige dat van je wordt verwacht is dat je een actieve bijdrage levert.

 

De ochtend nadat ik mijn kindercoachdiploma in ontvangst nam kroop ik achter de computer. De communicatieadviseur in mij tikte mijn websiteteksten tikkerdetiktiktik er in no time uit. Diezelfde communicatieadviseur in mij zat een week later bij IS Vormgeving, er moest een naam en huisstijl komen. Zij bedachten de naam Eigenhandje, met een – al zeg ik het zelf – super logo! Een logo dat paste bij mij en bij mijn doelgroep. Een logo dat ik doorvoerde in alle uitingen. En zo was Eigenhandje in een oogopslag uit duizenden te herkennen. Super effectief kan ik je zeggen.

 

Dat allereerste logo van Eigenhandje was ZO sterk dat je er nog steeds een stukje van terugziet in het logo van Jouw succes-PRAKTIJK! (check de stijl van PRAKTIJK!). Super cool vind ik dat.

 

Je hebt geen website of logo nodig om te kunnen starten

Nu, een kleine 10 jaar later, vertel ik mijn klanten dat een website handig is maar niet hoogstnoodzakelijk om je eerste klanten te vinden. Het zit hem immers allemaal in het verhaal dat je vertelt, en HOE je het vertelt. Dat is waar je mee begint. Dus eerlijk is eerlijk, dat logo heb je ook niet op dag 1 nodig. Maar, net als die website, wel handig om te hebben. De website zodat je daar dat super aantrekkelijke verhaal kunt vertellen. En die huisstijl die dat verhaal versterkt. Zodat jouw verhaal, net als het mijne toentertijd, uit duizenden te herkennen is. En dat is wat je wilt, toch?

 

Een bijzonder visitekaartje

Een paar maanden terug was ik op zoek naar iemand die voor mij een bijzonder visitekaartje kon ontwikkelen. Een kaartje in de vorm van een theemok (ik houd van anders dan anders). En zo ontmoette ik Sabine Sabelis, van Oink Oink Producties. Het begon met een visitekaartje, het werd een perfecte samenwerking. Ik heb een idee, zij denkt 10 stappen verder. Ik raak overweldigd, zij maakt alle stappen weer super eenvoudig. En daar komen dan geweldige eindresultaten van. Wat wil je nog meer!?!

 

Pink Pancakes

Een week of wat terug ontmoetten wij elkaar tijdens een bijzondere lunch. Waar Sabine zonder aarzeling en met veel enthousiasme koos voor Pink Lemonade en Pink Pancakes, “want roze zit nu eenmaal in mijn logo”. Wij spraken over de zin en onzin van een huisstijl. Hoe je dat aanpakt. En waar je op moet letten. Daar komt ie:

 

Voorspelbaarheid is een goed ding

“Een goede huisstijl levert vertrouwen op. Vertrouwen van collega’s. Vertrouwen van concullega’s. Van potentiele klanten. Nou ja, van iedereen die het ziet. Voorspelbaarheid is dan ineens een goed ding.”

 

Logo, huisstijl, branding: wat is wat?

Op social media kom ik steeds vaker advertenties tegen van professionals die zich bezighouden met branding van coaches en therapeuten. Eerlijk? Bij branding denk ik altijd aan grote toko’s. Met even grote budgetten.  Een logo, een huisstijl, je branding. Wat is het verschil, en wat heb je nodig om je praktijk van de grond te krijgen?

 

“Het logo kennen we allemaal. Maar aan alleen een logo heb je niet zo veel. Je wilt het logo goed doorgevoerd hebben op je visitekaartje, je website en op bijvoorbeeld briefpapier. Niet alleen met het logo zelf, maar ook in kleur en lettertypes. Dat is een huisstijl. Heb je het over branding, dan bedoelen we daarmee dat je jouw stijl doorvoert in ALLE uitingen. Tot in het kleinste detail. Het kleurgebruik, je lettertypes. In huisstijl, e-mailhandtekening, social media, in je praktijkruimte, in je fotografie. Maar ook in je manier van communiceren. Kortom, in het uiten van jezelf en je bedrijf.”

 

Dat klinkt gelijk heel groot en daar hangt vast ook een enorm prijskaartje aan.

 

“Dat is een groot misverstand. Als je het geld niet hebt, begin dan met een goed logo. En voer dat dan zelf consequent door in al je andere uitingen. De juiste kleuren, de lettertypes. En dan ben je eigenlijk al heel ver.”

 

Wat is dan de eerste stap als je je eigen praktijk start?

“Doe eerst een stukje research. Zorg ervoor dat je je doelgroep heel goed kent. Als je kindercoach bent, leuk, maar welk kind wil jij precies helpen? En vergeet niet dat niet die kinderen jou gaan zoeken maar hun ouders. Zorg ervoor dat je heel goed weet waar je je klant vindt.”

 

Kijk, dat hoor ik graag. Want een mooi gestyled logo zonder inhoud, dat trekt geen klanten aan. Het begint dus met het bouwen van je verhaal: voor wie ben jij er, waarom ben jij de uitgelezen persoon om dit kind en deze ouder te begeleiden, waar werk je met hen naartoe en hoe doe je dat. En daar baseer je dan uiteindelijk je huisstijl op.

 

Zorg ervoor dat je opvalt

“Als je verhaal helder is, dan kun je met een logo aan de slag. Met lettertypes en kleuren. Een website of genadeloze social media als je geen website wilt. En dan kun je de klanten aan gaan trekken die bij jou passen. Als er zoveel mensen besluiten kindercoach te worden, zorg er dan voor dat je opvalt. Durf het anders te doen, en geef je vormgever de vrijheid.”

 

“Er komt vanzelf een punt waarop je voelt dat er meer nodig is. Om je merk te verstevigen. Ik heb nu een klant. Die heeft al 10 jaar een heel goedlopend bedrijf, met een heel eenvoudig logo. En nu zegt zij: ‘Het is tijd voor een goede huisstijl. Zij is er nu klaar voor om naar ‘the next level’ te gaan. Maar zonder die uitgebreide huisstijl heeft ze dus wel een bedrijf gebouwd.”

 

Maar, wat is dan het minimale dat je nodig hebt als je nog maar net start en je budget beperkt is?

“Een logo dat overal inzetbaar is. En dat niet onscherp wordt als je het heel groot opblaast. Dat betekent dat je versies nodig hebt in alle bestandsformaten. En liefst wil je het logo uit elkaar kunnen halen, zodat je beeld en logo los van elkaar kunt gebruiken. Oh, en een vrijstaand logo. Daarmee bedoel ik een logo zonder wit vlak erachter. Dat ziet er niet uit. Een goede vormgever geeft je al die varianten zonder extra kosten.”

 

Ga niet knutselen in Canva

“Ga niet zelf knutselen in Canva. Het kost je heel veel tijd. Wat is je uurtarief? Wat kost het je dan als je zelf loopt te knutselen? Bovendien is de kans groot dat je het niet de professionaliteit uitstraalt die je nodig hebt. Hoe vaak ik al niet teleurgestelde mensen heb gesproken omdat die dure advertentie in de krant er niet uitzag omdat het logo er niet mooi uitkwam. En dan moet je uiteindelijk alsnog een vormgever inhuren. Doe het dan in een keer goed.”

 

“En al die online drukkers. Die lijken heel goedkoop. Visitekaartjes voor een euro. Maar dan komt er dit bij, dat bij. Je moet dan al een ontwerp hebben, of weer zelfs iets gaan knutselen waarvan je niet zeker weet of de kwaliteit goed genoeg is. Dan komen er nog de verzendkosten bij. En als je dan alles bij elkaar optelt…  had je het beter door een vormgever kunnen laten doen. Had je heel veel tijd gescheeld en was het ook nog eens met zekerheid mooi geweest.”

 

Doodzonde van mijn tijd en geld

Ahum, ik heb mijzelf daar ook regelmatig schuldig aan gemaakt. Had ik een netwerkbijeenkomst en besloot ik dat het toch wel handig was nog even visitekaartjes te bestellen. Knutsel de knutsel. Urenlang bezig om alles precies in de juiste vakjes van zo’n online designtool te krijgen. Superfrustrerend. En niet altijd even mooi en aansprekend. En dan heb ik het nog niet over die stapels met flyers waarop ik dacht te kunnen besparen door ze zelf te maken, maar die ik uiteindelijk bijna allemaal in de kliko gooide omdat ik er niet mee voor de dag kon komen. Hoe goedkoop dat drukwerk vaak ook was, doodzonde van mijn tijd en geld.

 

Nou zijn er heel veel vormgevers. Hoe vind je een vormgever die bij je past?

“Ga allereerst het profiel op insta of de website bekijken. Als dat je aanspreekt, dan neem je pas contact op. Benader verschillende partijen voordat je je keuze maakt. Een goede vormgever stelt je heel veel vragen, probeert in je hoofd te komen. Zorg dus dat je verhaal helder is en dat je heel goed weet wat je belangrijk vindt. Staar je ook niet blind op afstand. Je hoeft niet naast elkaar te zitten om concepten te kunnen bespreken, alles kan online. Check wel altijd of je makkelijk contact kan opnemen, de lijntjes moeten kort zijn. Maar het allerbelangrijkste is dat je het gevoel hebt dat je vormgever jou begrijpt.”

 

Een sprong in het diepe

Er is weinig zo spannend als een ontwerp voor het eerst onder ogen krijgen. Al die keren dat ik een document opende en er beeld voor mijn neus verscheen. Niet wetende of je hart een huppeltje zal maken en een ‘wow’ je lippen ontsnapt, of dat de moed je in de schoenen zal zakken met een teleurgesteld ‘oh’…

“Ja, het is best een sprong in het diepe. Je geeft iets uit handen. Moet je vormgever aan de slag laten gaan en erop vertrouwen dat het goedkomt. Iets door een ander laten maken betekent ook dat je dingen onder je neus gaat krijgen die je niet mooi vindt. Als dat gebeurt moet je het altijd aangeven. Als het goed is wordt het ego van de ontwerper er niet door gekrenkt. En er komt uiteindelijk alleen maar een beter product uit. Ik ga voor de wow-factor. Dat betekent soms dat een opdracht wat langer duurt maar het moet kloppen.”

 

Jij bepaalt het effect van jouw logo

“Wil jij je onderscheiden, en wil jij de klant gaan bereiken die JIJ wilt bereiken, dan is het de investering waard. Maar let op, een huisstijl levert op wat jij wil dat het oplevert. Als jij niet goed met je huisstijl omgaat, als jij jouw logo niet op de juiste manier toepast. Als jouw kleur petrol is en je besluit ineens overal oranje te gaan gebruiken, bijvoorbeeld. Dan komt die huisstijl niet tot zijn recht en levert het niets op. Dan had je beter je geld in je zak kunnen houden.”

 

Welke tips zou jij kindercoaches willen geven?

  • Kijk heel goed naar jezelf en je klant. Je moet niet het kind aantrekken met je logo, maar de ouders. Kijk niet alleen naar wat JIJ leuk vindt, maar onderzoek waarmee je de klanten aantrekt die jij wilt bereiken.
  • Ga op je gevoel af en durf het anders te doen. Geef je vormgever de vrijheid. Dus stap uit je comfortzone.
  • Neem jezelf serieus en kies niet voor een kinderlijk speelgoedlogo.
  • Waak voor te veel input in je logo: een bloemetje EN een autootje EN een jongetje EN een meisje. Kies voor eenvoud.
  • Kijk niet te veel naar anderen. Waar sta JIJ als kindercoach voor? En laat dat omzetten in een sterk beeld.
  • Probeer uniek te blijven. We gebruiken ‘allemaal’ al die foto’s van die jongetjes in die capes die gratis te downloaden zijn.
  • Investeer in ieder geval in een logo. Pas dit consequent toe zodat er een vertrouwd beeld ontstaat. Dit hoeft niet veel geld te kosten.
  • Kies een vormgever die bij je past.

 

Foto Sabine: Martien Coolegem
Foto Pink Pancakes: Sabine Sabelis

 

Ik zal het nooit vergeten. Een moeder bij mij in de praktijk, kennismakingsgesprek. Ze zat er doorheen. Dat was meer dan duidelijk. Er moest iets gebeuren. En ze vertelde dat het niet werkte. Dat ze zo moe was. Dat ze het zat was. Dat ze zo op de toppen van haar kunnen zat, dat haar boog zo gespannen stond dat ze non-stop op knappen stond. Dat er niet meer sprake was van een kort lontje, maar dat ze echt goed fel kon uitvallen tegen haar kinderen. Niet alleen binnen de muren van haar huis, maar ook op straat. Ze schaamde zich diep, het moest anders.

 

En in mij gebeurde er van alles. Want ze zei het niet, maar tussen de regels door hoorde ik her en der een klap vallen. Ik hoorde haar fel en gefrustreerd spreken over de kinderen. Ik hoorde ook haar verdriet en haar machteloosheid.

 

Wat moest ik doen?

Wat moest ik doen? Durfde ik met dit gezin te gaan werken? Ik was toch ‘maar’ kindercoach? Hier moet fikse zorg op, schreeuwde alles in mij. Aan de andere kant, zij kwam naar mij en was niet naar de huisarts gegaan omdat zij zich zo schaamde. Wilde voorkomen dat zij in een traject kwam waar zij veroordeeld zou worden om haar gedrag. Ze was ZO bang als slechte moeder neergezet te worden en haar kinderen kwijt te raken. En dat ze een slechte moeder was had ze zelf al geoordeeld, dat hoefde ze van een ander niet te horen.

 

We gingen uit elkaar, en ik beloofde de dag daarna bij haar terug te komen met een voorstel.

 

Ik lag er wakker van

Ik kan je vertellen, ik lag er wakker van. Waar doe ik goed aan? Dat ik niet met dit gezin moest gaan werken was voor mij helder. Way buiten mijn expertise. Maar, hoe zorg ik ervoor dat deze vrouw de hulp krijgt die ze nodig heeft? En, van alles dat ik heb gehoord… valt dit onder het kopje mishandeling? Moet ik dan melding doen? Maar, als ik melding doe en het is volledig onterecht. Dan breng ik schade aan, heel veel schade. En als ik het niet doe en het loopt daar ooit gierend uit de klauwen, kan ik mijzelf dan vergeven dat ik niets heb gedaan?

 

Ik lag dus wakker. En ik zal je zeggen, dat gebeurde niet vaak in mijn dagen als kindercoach. Die zeldzame keer dat ik in mijn bed lag te draaien met het verhaal van mijn klant in mijn hoofd, wist ik dat ik moest doorverwijzen. Dus een dag later belde ik eerst een bevriend psychiater om te overleggen. En later moeder om haar te vertellen dat ik goed over de juiste vervolgstap had nagedacht. Ik prees haar dat ze zo openhartig was geweest maar vertelde haar ook dat ik niet met haar kon samenwerken. Dat haar vraag echt mijn expertise ontsteeg. Ik verwees haar naar haar huisarts en stelde haar gerust dat er echt niet zomaar ineens iemand op de stoep zou staan om haar kinderen bij haar weg te halen. Dat haar huisarts samen met haar zou kijken wat er nodig was.

 

Hoewel ik wist dat ik een goede oplossing had gevonden is deze moeder nog heel vaak door mijn gedachten geschoten. Want door haar naar de huisarts te sturen was het uit mijn handen. Had ik er geen invloed meer op. Wat als er nou toch…

 

We maken het allemaal mee

En ik weet dat we allemaal dit soort situaties ooit meemaken in de praktijk. Dat er op een dag een kind binnenkomt met een verhaal dat je even doet fronsen. Of je spreekt een ouder die overduidelijk over zijn/haar theewater is en je onderbuik vertelt dat er iets misschien niet klopt. We maken het allemaal mee. We werken immers met mensen.

 

Ik weet ook dat we met liefde heel ver weg blijven van dit soort spannende onderwerpen. Liefst sluiten we onze ogen ervoor. Toch? We sussen onszelf met de gedachte dat ouders die hun kind mishandelen nooit een kindercoach zouden bezoeken. Ik heb dat in ieder geval in bovenstaande situatie geprobeerd… Ik geef het gelijk toe.

En voordat ik dit stuk schreef checkte ik op social media met een poll hoeveel van mijn volgers zich al over de code had gebogen en ermee werkt: 75%. Een mooi getal, dat voorop. Maar nog 25% die aangaf er nog mee aan de slag te moeten. En dat getal moet omlaag. Ik hoop met dit stuk daaraan bij te dragen.

 

Joke Achterkamp aan het woord

Want, de realiteit is dat kindermishandeling – helaas – veel voorkomt. “Gelukkig zullen we dat als kindercoach inderdaad niet vaak tegenkomen”, weet Joke Achterkamp, mamacoach in praktijk Kinderschatten en jarenlang werkzaam geweest bij het Advies en Meldpunt Kindermishandeling (nu Veilig Thuis), mij te vertellen, “maar we kunnen onze ogen er ook als kindercoach niet voor sluiten.”

 

Supertof dat ik Joke mag bevragen over de Meldcode Kindermishandeling. Een onderwerp waar we allemaal van moeten weten, en dat – weet ik – voor veel kindercoaches best een ingewikkeld dingetje is. Tijd om het open te breken!

 

Wat verstaan we eigenlijk onder kindermishandeling?

“Er zijn verschillende vormen kindermishandeling. De meest bekende vorm is fysieke mishandeling. Dan wordt er dus lichamelijk letsel toegebracht. Denk aan slaan, schoppen, bijten, knijpen. Maar er kan ook sprake zijn van fysieke verwaarlozing. Dan moet je denken aan slechte of te weinig voeding, te kleine of kapotte kleding of kleding die niet past bij het seizoen. Dit zijn vormen van kindermishandeling die relatief makkelijk vast te stellen zijn omdat je het letterlijk kunt zien.”

 

Direct flitst een kind door mijn gedachten dat ik in de praktijk had en er altijd zo smoezelig uitzag en waarvan ik ooit de blote voeten zag. Ik heb nog scherp in mijn herinnering dat ik het niet kon plaatsen. Mijn kinderen spelen ook op blote voeten, maar zo vies en onfris ruikend… Ik schrik er even van, heb ik hier verwaarlozing over het hoofd gezien?

 

“Dan hebben we emotionele mishandeling. Denk aan kleineren, uitschelden, bang maken van je kind. En dan de emotionele verwaarlozing. Dit is de meest voorkomende vorm van kindermishandeling. Dan is er weinig steun, warmte en liefde voor het kind.”

 

Dat is al een stuk ingewikkelder, moeilijker meetbaar lijkt mij. Joke legt uit dat het niet gaat over dingen langs de lat leggen: is het kindermishandeling of niet. Het gaat erom dat als jij je als coach zorgen maakt over de ontwikkeling van het kind of over de ouder, dan is dat een signaal dat er hulp nodig is. Van jou of van een andere professional. Dat is waar het wat haar betreft om gaat, niet of er een stempeltje mishandeling op moet of niet.

 

“En dan heb je seksuele mishandeling. Dat vergeten we makkelijk. Zit niet in ons systeem. Gelukkig is het ook een van de minst voorkomende vormen van mishandeling. Maar ook hiervoor geldt: het komt wel voor dus wel iets om alert op te zijn!”

 

“Als laatste heb je nog getuige zijn van huiselijk geweld. Hier vallen ook de vechtscheidingen onder. Dit is zeker iets waar we als kindercoach mee te maken kunnen krijgen.”

 

Ik ben nog nooit een ouder tegengekomen die zijn kind mishandelde voor de lol

Joke werkte jarenlang voor het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (zoals gezegd, nu Veilig Thuis): “Er zit zo’n lading op kindermishandeling. Zo’n oordeel. Jij bent fout, jij doet het niet goed. Maar weet je, ik ben nog nooit een ouder tegengekomen die zijn kind mishandelde voor de lol. 9 van de 10 keer wil deze ouder ook alleen maar het beste voor zijn kind. Er zit niet ineens een monster tegenover je maar een ouder die niet weet hoe hij het anders moet doen. We kunnen kindermishandeling niet goedpraten maar vergis je niet wat er in gezinnen kan spelen: psychische problemen, stress, financiële problemen. Soms is een ouder zelf mishandeld en weet hij of zij niet hoe het anders moet. En soms denkt een ouder echt dat het beter is om stevig op te treden. Dat een kind harder moet worden en voorbereid worden op het klappen van de zweep van het leven. Ouders zijn zich dan gewoonweg niet bewust van de schadelijke gevolgen op lange termijn.”

 

OK, maar hoe ga je daar als professional dan mee om? Hoe bepaal je of wat er speelt gemeld moet worden?

“Geloof me, bijna elke ouder heeft wel eens tegen zijn kind staan schreeuwen of een keer een klap uitgedeeld en gedacht ‘god, wat heb ik gedaan’. Maar op het moment dat dit regelmatiger voorkomt, dan moeten we er iets mee. Om daar achter te komen moeten we het gesprek aangaan.”

 

En vervolgens legt Joke heel eenvoudig de stappen van de Meldcode Kindermishandeling uit.  En hoe we met zijn allen onbewust de code al grotendeels toepassen:

 

stap 1

“De eerste stap is signaleren, dat doe je de hele dag. Ook als je niet bewust met de meldcode werkt. Je ziet hoe een kind bij je de praktijk binnenkomt.”

 

stap 2

“Stap 2 is bespreken. Bespreken wat je signaleert. Ook dat doe je constant. Als een kind bij je binnenkomt met een blauw oog vraag je toch ‘joh, wat is er met jou gebeurd?’ en hetzelfde doe je bij de ouder. Je hoeft geen ingewikkelde en zware gesprekken te voeren. Je geeft gewoon aan wat je ziet en wat je merkt aan vragen en twijfels bij jezelf en dan kom je vanzelf in gesprek. En als dat niet komt, is dat ook een signaal. Wil niet zeggen dat er sprake is van mishandeling, maar in ieder geval dat het een lastig onderwerp is.”

 

Zo klinkt de meldcode al een stuk minder zwaar. Want dit doen we ‘vanzelf’, toch?

 

stap 3

“Stap 3 is eveneens bespreken maar dan met een collega, collegiale consultatie noemen we dat. Dat is niet om je vermoeden bevestigd te krijgen. Dat is puur om te kijken of een ander op dezelfde manier naar de situatie kijkt en of die ander zich ook zorgen maakt. Want het kan evengoed zijn dat jouw interpretatie door eigen ervaringen of overtuigingen vertroebeld is. Dat is niet erg, daarvoor hebben we deze ruggenspraak. Om de relatie met ouders open en integer te houden is het wel belangrijk dat je altijd aan de ouder laat weten dat je met een collega gaat overleggen. Als je overigens niet bij een collega terechtkunt, dan kun je in deze fase altijd Veilig Thuis consulteren om te overleggen. Ben je lid van een beroepsvereniging dan heeft die vast een aandachtsfunctionaris waar je je vragen voor kunt leggen.”

 

Oeps, ik heb Veilig Thuis weleens geconsulteerd maar dat heb ik niet gedaan in overleg met de ouder. Dat was wel zo netjes geweest, realiseer ik mij nu. Als ik als ouder in zo’n situatie zou zitten, zou ik dat toch ook willen weten?

 

stap 4

“De vierde stap is de weging. Ook dit gebeurt al onbewust. Je luistert naar het verhaal en hebt daar een idee bij. Klinkt dit logisch of niet, maak ik me zorgen? Puur op gevoel. En dan: kan ik hier zelf iets mee doen of juist niet? Heb ik iemand in mijn netwerk waar ik naar kan doorverwijzen, bv de huisarts, psychiatrie of verslavingszorg. Veilig Thuis kan gezien worden als een van de partijen waarnaar je doorverwijst. Niet omdat ouders het fout hebben gedaan en gestraft moeten worden, maar om ervoor te zorgen dat deze ouders en het kind de hulp krijgen die nodig is.”

 

Dat klinkt toch echt allemaal heel logisch, niet eng en vooral heel zorgvuldig en echt vanuit de gedachte dat het een hulpmiddel is voor ons als professional om goed voor onze klanten te kunnen zorgen. Joke weet een – voor mij – in eerste instantie zwaar klinkend iets heel laagdrempelig en behapbaar te maken.

 

De laatste stap

“Dan komt de laatste stap, het besluit wel/niet te melden. In enkele gevallen heb je als professional een ‘meldplicht’. Als het kind in acute of structurele onveiligheid verkeert, als je zelf geen adequate hulp kunt bieden of organiseren, of als ouders niet open staan voor de hulp die nodig is. Als je uiteindelijk besluit een melding te doen bij Veilig Thuis, dan kan dit niet anoniem. Behalve als er een dreiging is naar jou toe als persoon. En de ouders zijn dus op de hoogte van je melding, want jij bent (zoals de eerste stappen omschrijven) constant met hun hierover in gesprek geweest.”

 

Wat gebeurt er na een melding?

“Ook Veilig Thuis maakt eerst een afweging: staan ouders open voor hulp, dan worden zij doorverwezen naar de gemeente voor passende hulp. Staan ouders echter niet open voor hulpverlening, dan komt er een onderzoek. Veilig Thuis treedt dan op als onafhankelijke instantie en benadert huisarts, school en andere mensen in het netwerk van het gezin om zo een zo compleet mogelijk beeld te krijgen van een gezin. En aan de hand daarvan komt er een voorstel. Gaan de ouders dan nog steeds niet akkoord en Veilig Thuis heeft wel zorgen over de ontwikkeling van het kind, dan worden de zorgen aan de Raad voor de Kinderbescherming voorgelegd.”

 

 

Welke tips zou jij kindercoaches willen geven?

  • De kans dat je kindermishandeling in je praktijk tegenkomt is niet heel groot maar zeker aanwezig. Sluit er dus je ogen niet voor.
  • Hoewel je als kindercoach in een ‘grijs gebied’ zit en het de vraag is of de meldcode bij wet voor jou van toepassing is, heb je naar mijn mening wel een morele verplichting. Verdiep je er dus in en leg voor jezelf vast hoe jij omgaat met vermoedens van kindermishandeling middels de meldcode. Neem hierover een paragraaf op in de begeleidingsovereenkomst die ouders bij je tekenen voor de start van een traject.
  • Blijf altijd in gesprek met de ouders over wat je ziet en ervaart en over de stappen die je zet. Als je gaat melden, bespreek dan met ouders niet alleen dat je gaat melden maar ook wat je gaat melden.
  • Onderzoek je eigen overtuigingen? Door welke bril kijk jij? Wat kun jij met die bril doen zodat je niet te snel tot conclusies komt?
  • Signaleer je iets en heb je hierover gesproken met het kind en de ouders, noteer dan je ervaring in je dossier. Geen interpretaties, gewoon feitelijk wat je hebt gesignaleerd en wat er is besproken. Dit kan je helpen bij een eventuele melding.
  • Vergeet niet: je bent coach en geen therapeut. Erken of je voldoende kennis en kunde in huis hebt om over dit soort gevoelige onderwerpen te spreken. Voel je je niet zeker genoeg om over dit onderwerp met ouders te spreken, volg dan een cursus.

 

En tot slot voegt Joke toe: “Voor mij gaat het er niet om of je de stempel ‘kindermishandeling’ ergens op kunt drukken. Stel jezelf puur de vraag: maak ik me zorgen over dit kind en deze ouder en doe daar vervolgens iets mee. En wees heel kritisch op de manier waarop je met ouders in gesprek gaat. Niet beschuldigend, maar ga naast de ouder staan. Het is gewoon een moeder die met de handen in het haar zit. Of een vader die niet beter heeft geleerd. Kun je met empathie en begrip naar de ander kijken, dan wordt het veel makkelijker dit soort lastige dingen te bespreken met ouders.”

 

Meer weten?

Wil je meer weten over de Meldcode Kindermishandeling of een training volgen? Zie dan ook de website van de Rijksoverheid, check je beroepsvereniging of raadpleeg de website van de Augeo Foundation.

Ik zet de timer op een half uur. Dat moet lukken, toch? Donderdagmiddag. Gisteren lag ik ‘ineens’ hartstikke beroerd de hele dag op de bank te tukken. Waarom ik niet in bed lag? Nou, daar lag mijn man zijn jetlag uit te slapen. En de combi ik misselijk en hij jetlag in hetzelfde bed… niet handig.

 

Vanochtend zag de wereld er alweer een stuk zonniger uit. Een dag slapen. Een paar uur soort van wakker. Daarna een nacht van 10 uur, en ik stond weer als het vrouwtje op. Met een agenda vol met superleuke gesprekken en een webinar. Kortom: meer dan genoeg te doen.

 

Een inspirerend verhaal?

Een van die dingen die ik wilde doen was het schrijven van mijn wekelijks blog. Zodat ik maandag weer mijn nieuwsbrief uit kan sturen met een inspirerend verhaal. Een verhaal waarmee ik een hart steek onder de riem van mijn klanten (aj, het zinnetje ‘een hart onder de riem steken’ klinkt ineens heel raar als je de zin soort van om- en uitbouwt). Een verhaal waarmee ik mijn klanten inspireer om een volgende stap te zetten.

 

De timer op een half uur

Dus zet ik de timer. Want ik heb over ¾ uur een afspraak met mijn vormgever. Ik mag haar interviewen over het belang en/of de onzin van een goed uitgewerkte huisstijl. Dat verhaal krijg je binnenkort te lezen. Net als het verhaal over de Meldcode kindermishandeling waarvoor ik ook iemand interviewde.

 

Maar goed, ik dwaal af. Ik wilde eigenlijk ergens anders heen.

 

Hoewel, de verschillende verhalen komen straks weer bij elkaar…

 

Want, ik zet dus de timer op 30 minuten. Dan heb ik nog een kwartier voor het inpakken van mijn spullen, mijn praktijk verlaten en naar het cafe te fietsen waar ik met mijn vormgever heb afgesproken. Dat lukt, geen enkel punt.

 

Nog 23 minuten

Dat betekent wel dat dit blog dus in 30 minuten geschreven moet, op mijn website, en in Active Campagne klaargezet voor publicatie via mijn nieuwsbrief van maandag. En op dit punt zitten we op ‘nog 23 minuten’.

 

En dat lukt mij. Waarom? Omdat ik heel goed WEET wat mijn doelgroep is. Ik WEET wat de verhalen zijn waar mijn doelgroep op zit te wachten, om zit te springen zelfs. Ook al weten ze dat zelf vaak nog niet eens.

 

Ik WEET dat een van de grootste uitdagingen van mijn doelgroep is de tijd te vinden voor AL die dingen die ze ‘ook nog moeten doen’. En dat het schrijven van bijvoorbeeld een blog dan nog weleens het onderspit delft.

 

En dat is ZO ontzettend zonde. Want daar zit JOUW doelgroep wel op te wachten. Niet per se op het blog, maar in ieder geval om van jou te horen. Door jou geïnspireerd te raken. Door jou geraakt te worden. Door jou het vertrouwen te krijgen dat ze bij jou aan het juiste adres zijn met al hun vragen.

 

Doe jezelf een HEEL groot plezier, verdiep je in je klant

Dus, doe jezelf een ENORM plezier: verdiep je super super super super super in jouw doelgroep. Die ideale klant. Die klant waar jouw hart een huppeltje van maakt. Die klant waar jij er wel 10 van op een dag zou willen hebben. Die klant.

 

En als je dat helder hebt, dan wordt de rest zo ontzettend veel makkelijker. Dan weet je namelijk precies wat jouw klant nodig heeft. Waar jouw klant vastloopt. Waar jouw klant er zelf niet meer uitkomt. En dan weet je dus OOK waarover je moet schrijven. En omdat je precies weet waarover je moet schrijven, kost het je ook niet zo vreselijk veel tijd meer. Dan tikkerdetiktiktik je je posts en je blogs in no-time op. En ik kan je vertellen: dat is hartstikke cool!

 

Er is wel ietsjes meer nodig…

Eerlijk is eerlijk, er is iets meer nodig dan alleen je klant goed kennen. Je moet ook jezelf goed kennen en een heel helder beeld van wat het werken met jou precies oplevert zodat je een super super super aantrekkelijk en congruent verhaal kunt gaan vertellen. Maar het begint echt bij het kennen van je klant.

 

Duik er eens helemaal in: van welke klant word jij nu ECHT blij? Wil je dat met mij delen?

 

Dat werkt voor mij niet!

Ik hoor je al denken, leuk Marlies, dat roepen al die coaches. Maar ik weet nog niet wat ik het leukst vind want ik begin nog maar net en heb nog niet zo veel ervaring. Dus dat werkt voor mij niet.

 

Juist DAN!

 

Geef toe aan je dromen!

Ga vrij dromen. Voorbij wat je denkt dat handig is, of het makkelijkst of verstandig. Ga dromen en formuleren wat JIJ zou willen als ALLES mogelijk was. En kies dat als startpunt. En kom je er dan over een jaar achter dat je toch blijer wordt van een andere doelgroep? Niets aan de hand… je bent namelijk zelfstandig ondernemer. Je bent je eigen baas. Je kunt ELKE dag weer beslissen het roer om te gooien en de dingen anders te gaan doen. De plannen die je nu maakt zijn echt niet in beton gegoten.

 

OK, ik geef toe, het is niet handig elk half jaar van doelgroep te veranderen want dan bouw je nooit iets consistents op… Maar ook jij ontwikkelt je, dus geheid dat je op een gegeven moment wilt heroverwegen. En dat kan.

 

Dus, duik erin: met wie wil ik het allerliefst werken, wat heb ik deze persoon te bieden, waarom ben ik de uitgelezen persoon met deze klant te werken, en GO!

 

Heel veel succes!

 

 

Oh, en wil je hier nou eens graag induiken samen met mij? Zonder dat je gelijk een heel traject aan moet? Kom dan naar de workshop De kindercoachpraktijk van je dromen op vrijdag 7 februari. We dromen, mijmeren, visualiseren, maken een visionboard EN ik vertel je precies wat de belangrijkste stappen zijn om de basis van je praktijk heel solide neer te zetten. Wat resteert? Gaan uitvoeren. Maar net als het schrijven van dit blog, en die blogs over de Meldcode kindermishandeling en over het (laten) ontwikkelen van een huisstijl, (nog 12 minuut 30 op dit punt) gaat dat dan vele malen sneller dan wanneer je in het wilde weg maar ergens begint. Dus, weet je welkom!